Zacht fijn blad en subtiele aartjes.
Of het nu bloeit of net niet meer is slecht te zien. Dit gras ziet er altijd even geweldig uit. Ook in de winter.
Liever niet knippen, zeker niet als ze niet aan de groei zijn. Hoeft ook niet, je trekt het dorre blad er in het voorjaar makkelijk uit.
Het waait lekker met elke wind mee.
Plant het overal massaal tussen, (denk aan Echinacea en Salvia) het is heerlijk.
Waar het kan laat je de zaailingen staan.
Een soort Buxus maar dan aangenaam geurend en bloeiend en gezond.
Je mag ze naar hartelust in model snoeien, maar ik zou dat na de bloei doen. Ze vormen uitlopers waardoor ze snel dichte polletjes vormen. Zelfs droge schaduw verdragen ze nog prima.
Hun donkergroene glanzende blad houden ze ook in de winter. Je kunt er de heggetjes om je lavendelvakken mee maken als dat perse moet.
Wat mij betreft de absolute winnaar in de categorie geslaagde combinatie van blad- en bloemkleur, dit diep donker paarsblauw met verfijnd zilver blad. Het is een winterbloeier, net als rozemarijn, maar omdat het bij ons in de winter te koud is bloeit ze vanaf het vroege voorjaar tot diep in de zomer. Je snoeit haar dus niet in het voorjaar. Ze is een verbetering van de verbluffend mooie 'Azureum' met nog grotere bloemen.
Enig minpuntje: Ze mocht wat mij betreft anders heten. Ik denk aan 'Indigo'.
De rijk bloeiende kruising van Teucrium chamaedrys x Teucrium massilense (uit Marseille). Een bladhoudend struikje met klein glimmend donker blad, kleine roze bloemen en een vleugje geur.
Geschikt voor heggetjes en (bestaan die nog?) knooptuinen.
Glanzend donkergroen, zomer en winter.
"Die belletjes, wat is dat?" Vraagt iedereen dan.
Heerlijke wolken elfachtige bloemen zijn het.
Het blad van deze vrij recente cultivar blijft nog langer mooi dan dat van tweelingzusje 'Elin' dat we al zo fantastisch vonden.
Heerlijk langlevend en groot spul.
Met trots kondigen wij aan uit Zweden: de gigantische. mijn favoriete soorten uit het geslacht bundelen hun krachten in deze plant; een kruising van T. flavum subsp. glaucum en T. rochebrunianum. 'Elin' wordt makkelijk meer dan 2,5 m hoog (niet meteen het eerste jaar) De bloemen zijn groot en heel zacht mauve. Het grijsgroen blad ontvouwt zich in het voorjaar antraciet-blauw. Dit alles opgehangen aan een forse bloem-paal zonder weerga.
Raak alsjeblieft nooit gewend aan dit soort revolutionaire nieuwe planten.
Dit elfje is weer zo'n fantastische introductie van onze lieve vriend Thierrry Delabroye.
Wat strakker dan de witte akeleiruiten die we tot nu toe kenden.
Stevig rechtop dus, goed vol en rijk bloeiend.
Fantastische elfachtige witte wolken.
En weer een nog best nieuwe.
Sterk en makkelijk in ieder geval.
Thalictrum delavayi heb ik altijd al geweldig gevonden, nu er zo veel selecties en kruisingen zijn begint het kiezen lastig te worden.
Ook hier belletjes bloemen op lange donkere dunne stengels.
Heerlijk lichtgevend geel uitlopend blad in het vroege voorjaar. Het ziet er kwetsbaar uit maar loopt bij weer en wind krachtig uit. Ze kan gezaaid en gedeeld worden want natuurlijk wil je her en der deze lekker gele voorjaars toef. De bloemen komen in wolkachtige pluimen als het haar van de componist waar altijd bij wilde haren aan gerefereerd wordt.
Insecten hebben veel baat bij haar stuifmeel.
Een spannende donkerbladige vorm gevonden door Sandrine Delabroye.
Het grijs-bruine blad contrasteert aangenaam met de luchtige 'bloempluisjes'.
Ze wordt, afhanjkelijk van omstandigheden, 80 tot 120 cm hoog.
Akeleiruit is insectenvriendelijk, goed winterhard en standvastig.
Een door onze lieve vriendin Margaret Easter, aka 'Mrs. Thyme' en Engelse NCCPG collectie houdster voor Thymus, als zaailing in haar tuin gevonden en door haar geïntroduceerde kruiptijm.
Zacht roze bloemetjes met een karmijnrood honingmerk.
Fijntjes, matvormend.
Door Margaret aanbevolen tussen stenen langs een pad.
Eindelijk weer eens een niet bonte maar aangenaam frisgroene citroentijm.
De beste citroentijm voor de keuken. Zuiver en fris van geur en smaak. De geur en de vorm van de plant zijn identiek aan 'Silver Queen'. Ze groeit als een bolrond struikje.
Deze kwam heel lang geleden naamloos tot ons. We hebben de naam samen met onze tijmvriendin en Engels collectiehoudster Margaret Easter bedacht.
Een platte, kruipende vorm van citroentijm die bijzonder rijk bloeit en geurende vaste tapijtjes maakt.
Nog nieuw voor ons, mogelijk identiek aan een soort met een andere naam die we wel goed kennen, want zo gaat dat vaak.
En het wat knullige plantjeslatijn bij ontvangst doet vermoeden dat er mogelijk enige verbastering heeft plaatsgevonden.
Heel verrassend, die sterke karwijgeur van deze. De plant groeit plat en bouwt zich een beetje op als een heuveltje.
De naam herba-baronne komt van the baron of the beef, vrij vertaald 'het lendestuk van het rund' verwijzend naar de traditionele toepassing van dit kruid. 'Caraway' is een toevoeging die niet echt nodig is, dit is de originele vorm en de geur is overduidelijk.
Makkelijk, pittig, heerlijk en ook geschikt voor vegetariërs.
Deze het sterkst van allemaal naar citroen geurende tijm is officieel geen citroentijm. De geur is precies die van citroenverbena of verveine (Aloysia triphylla).
En die ruikt meer naar citroen dan citroen zelf naar citroen geurt.
Sterk en makkelijk, zeer vol en bossig groeiend.
Vooral die Goddelijke geur is onovertroffen.
Uit Spanje waar het kruid bekend staat als Mastichina. De Etherische olie trof ik in Frankrijk aan onder de naam Thym blanc. De geur is zeer afwijkend. Moeilijk te beschrijven maar het gaat een beetje richting koriander met een vleugje fris en zuur, heerlijk. Ook in de keuken een bijzondere smaak die om experimenteren vraagt. Denk hierbij aan vis oven schotels. Fijn lichtgrijs spits blad, witte bloemen in borstelige kransjes om de stelen. Niet volledig winterhard in onze streken, dus in pot houden.
Groot opvallend crème gevlekt, rond blad met soms een vleugje roze.
Een vrij onbekende, bonte cultivar van deze inheemse tijm. De wilde vorm komt voor op kalkrijke grond in de duinen, Zuid Limburg en het rivierengebied. Zoals valt te verwachten doet deze het prima in ons klimaat. Ook schaduw wordt nog redelijk goed verdragen.
Bloeirijke, donkere in Joegoslavië wild gevonden selectie van onze inheemse grote wilde tijm.
Bossig kruipend met groot glanzend, donkergroen blad en lange bloeiaartjes.
Als inheemse soort op zijn plek en vanzelfsprekend heel makkelijk, ze verdraagt zelfs wat schaduw.
Tijm zonder kapsones, eetbaar, maar niet echt lekker, wel prachtig.
Deze gewone inheemse kruiptijm kan tot -50 graden vorst verdragen.
Het is een gemakkelijke plant voor droge zonnige plekjes.
Je kunt ze laten verwilderen, eventueel ook in een arme kalkrijke grasberm zoals die van ons. In Engeland heten ze niet voor niets 'shepards tyme'.
Groeit op het groendak van de bijenstal op het hoogste punt van onze kwekerij.
Gekregen onder een andere naam maar gecorrigeerd naar het bovenstaande. (sorry)
In deze groep is naamgeving nog een rommeltje; aanleiding tot veel discussie. Het geslacht is nog volop in beweging. Ik raak er ook regelmatig van in de war.
De bloemetjes zijn klein en diep purper-roze van kleur en talrijk. Met z'n allen maken ze er een hoos van, behalve bloemen zie je dan niets.
Een sterke, groeikrachtige, bladhoudende, bodembedekkende kruiper.
De platte uitvoering van 'Elfin', hoewel ook deze zich uiteindelijk in een bolletje omhoog kan stuwen.
Deze klassieke fijne kruiptijm, of looptijm. is een trage groeier met klein nauwsluitend blad. Een goede en betrouwbare strakke bodembedekker voor de volle zon.
Compact en plat, sterk.
Wollig, diep olijfkleurig blad en een feestelijke hoos van opvallende fris roze bloemen in juni.
Probleem kan zijn; de overdreven rijke bloei. Bij ongunstig (nat) weer willen ze zich nog wel eens bijna kapot bloeien.
Maar meestal herstellen ze zich prima na een regen opdoffer.
Bloemenfeest dus.
Als deze bloeit is het blad onder de bloemen niet meer te zien. De sneeuwwitte bloemen hebben liever niet te veel regen, dat is logisch.
Gelukkig voor de naar nectar zoekende insecten is deze schoonheid goed vast.
Als het weer een klein beetje meevalt is dit rijkelijk sneeuw voor de zon.
Vermoedelijk is dit een zeer oude cultivar uit 1914 van Six Hills Nursery. Maar in al die jaren wil wel eens wat verwisseld worden.
Dus we houden de aanduiding vaag.
Donkergroen blad en donkerroze bloemen. Sterk en betrouwbaar. In de winter kleurt het blad antraciet.
Vroeg en bijzonder rijk bloeiend.
Zeer plat.
Zowel voor de keuken als voor de tuin. Veel compacter en aromatischer dan de gewone gezaaide wintertijm, het blad is stevig en een beetje dikvlezig.
Een heerlijk, net bol struikje.
Een van de beste voor keukengebruik.
Deze heerlijke bijzondere geur ben ik wel vaker in het wild tegengekomen in zuid Frankrijk: sinaasappel met een vleugje badedas kun je het noemen.
Wel meer iets voor heilzame verkwikkende thee met wat honing, dan in gerechten.
Het blad is grijs-groen.
Fris en fruitig in ieder geval.
Heerlijk en rijk bloeiend.
Bijzonder geschikt voor keukengebruik.
Sterk lijkend op Thymus vulgaris 'Compactus' maar met een iets mooiere uniform ronde compacte habitus en wellicht ook wat welriekender.
Voor de professionele tijm kweker en tijm gebruiker.
Dit is je professionele keukentijm.
Deze kwam uit Spanje verbasterd tot ons als; Thymus faustini en bleek volledig winterhard.
Het is de recent ontdekte kruising uit de streek van Murcia van waarschijnlijk T. mastichina subsp. mastichina met T. granatensis subsp. micranthus en dat is een spannende combinatie.
Vooral de matig winterharde mastichina is heerlijk en bijzonder van geur.
De geur van tomillo maakt mij gelukkig.
Borage bloemetjes uit Oost Europa, maar dan met leuk gekrulde slipjes aan de bloemblaadjes. Gedraaid zoals de propellertjes die we als kinderen op de kermis wonnen. Bloeit vroeg voordat het grote blad verschijnt. Bloem, blad en wortel worden in Turkije gegeten als 'aci hodan'.
Ze woekert een beetje met rhizomen, dus een goede bodembedekker zelfs voor droge schaduw.
Voor een rijk onbekomkommerd schaduw plekje.
Middellandse zee blauw uit Zuid Amerika, maar dan nog intensiever, nog meer 'wow!'.
Een potplant uit de asclepias familie, zijdeplant. De vrucht in de vorm van een 6 cm lange peul is gevuld met de zachtste zijde. Met die pluk zijde wol ga je onwillekeurig over je bovenlip strijken tijdens de zaadoogst.
Toppen mag, in het voorjaar.
Vorstvrij overwinteren, of jaarlijks zaaien als eenjarige.
Net als 'Emblue' een compacte bossige struik die ook in pot kan worden gehouden.
Matig grootvruchtig maar redelijk zelfbestuivend hoewel kruisbestuiving grotere vruchten geeft.
Een hybride ras met een zeer goede smaak ontstaan uit de kruising van Vaccinium corymbosum met Vaccinium angustifolium.
Klein maar fijn.
Een Amerkaans ras uit 1954.
Bijzonder grote, bedauwde goed bewaarbare vruchten met een aangename smaak.
Productief en droogteresistent.
Oogst: vier weken vanaf eind juli.
Amerikaanse bosbessen zijn geen bosbessen die het alleen op zeer zure grond goed doen. Ze verdragen ook onze Limburgse kalkgrond al jaren prima. Probleem is vooral dat ze stikstof alleen kunnen opnemen in pure vorm. Wij geven dat in de vorm van melasse korrels en mulchen met houthaksel.
Ze zijn zelfbestuivend en dragen goed.
'Bluegold' is een stevige groeier met middelgrote zoete bessen die in juli en augustus rijpen.
Een gemakkelijke ziektevrije struik. Goed zelfbestuivend voor oogst in juli.
Grote zoete vruchten, best vers van de struik gegeten, of tot maximaal na een week bewaren in de koelkast. Uiteraard behoren een luxe confiture of wijn ook tot de mogelijkheden.
Vanwege de bossige groei kan deze ook prima in pot. Liefst wat zuur, humeus en vochtig.
Grote rijkdom.
Bosbessen zijn niet alleen geweldig gezond en kostbaar fruit maar bovendien sierlijk vanwege hun vrolijke klokjes in het voorjaar, bessen in de zomer en vurige herfstkleur in het najaar. De bessen zijn groot, stevig en zoet-zuur.
'Heerma' is een laat ras. De vruchten rijpen vanaf half augustus tot eind september.
Snoeien is niet nodig, alleen af en toe oude takken wegknippen.
Zelfbestuivend, bodem tolerant en ziektevrij.
'Sunshine Blue' is een blad houdende, laag blijvende, late blauwe bes met roze bloemen.
Ze is op jonge leeftijd wat gevoeliger voor strenge vorst en staat daarom het beste wat beschut.
De vrij kleine, zeer zoete vruchten rijpen in augustus.
'Sunshine Blue' is volledig zelfbestuivend, maar andere rassen in de buurt zorgen voor een grotere opbrengst.
Miss Cherry vormt een compact bladhoudend struikje dat sierlijk bloeit van mei tot juli en vanaf juli tot februari sierlijke helder glimmend rode zoet-zure bessen maakt in volle trossen. De bessen hebben een hoog gehalte aan antioxidanten en vitamine C. De plant is zeer winterhard en ziekteresistent.
Wel een beetje gedoe aangezien we kalkrijke grond hebben. Maar ze wortelt oppervlakkig, dus een dun laagje veen kan volstaan. In pot met zure grond kan natuurlijk ook.
Deze stinkt, maar het is een waardevolle heemplant voor vochtige plekjes waar nuttige insecten veel baat bij hebben.
Ik maakte er ooit preparaat van dat volgens Rudolf Steiner tegen nachtvorst zou beschermen. Een beetje raadselachtig en lastig te bewijzen of het echt werkt dus ik heb nog flesjes over.
We houden van haar omdat ze hier thuis hoort maar je maakt er geen sier mee.
Bloemen in talrijke platte schermpjes op hoge strak rechte, vertakkende stengels. Hoog maar niet massief, als jalousieën in de open stand.
Vorst gevoeliger dan Verbena hastata maar door uitzaai altijd blijvend. Ze laat zich overal toepassen en met bijna alles combineren. Door uitzaai ontstaan gemakkelijk grote natuurlijke groepen.
Heerlijk spontaan spul. Vlindervoer.
Niet echt helemaal mijn ding, maar om een of andere reden denk ik deze blauwe reuzin te moeten aanbieden.
Een makkelijke eenvoudige betrouwbare plant met paars-blauwe bloeiaren.
Voor schattige, niet zo stoere tuinen.
Eine liebliche Riesin.
Een tamelijk opgaand groeiende vorm in een aangename kleur.
Nazomerbloemen die ook in de vaas kunnen.
Een van de allerbeste ereprijzen.
Lange ereprijs komt in Nederland sporadisch voor op vochtige, niet te rijke rivieroevers. Tot 2017 was ze wettelijk beschermd maar het ziet er naar uit dat ze niet langer bedreigd is.
Het zijn makkelijke tuinplanten.
Als je van zacht roze houdt is dit je eerste keus.
Spannend van kleur en ja hoor, alweer een aartje, alsof we daar maar niet genoeg van kunnen krijgen. Deze is mooi maar je moet er wel zo'n nieuwe Echinacea naast planten.
In Nederland zeldzaam wild voorkomend maar dan in paars-blauw..
Niet te nat graag.
Aarereprijs is een in Nederland vrij zeldzamae plant die van nature groeit in stenig grasland.
In het wild is ze meestal paars-blauw. Deze felgekleurde selectie is het bewijs dat inheemse planten niet altijd flets van kleur hoeven te zijn. Wellicht zijn we daar wat in doorgeschoten. Maar je kunt altijd een beetje blussen met wat Knautia arvensis (beemdkroon) er tussen.
Siberische ereprijs bloeit wat vroeger dan de Virginische. De Oost-Aziatische vorm is nauw verwant aan de Noord-Amerikaanse daarom is er ook veel verwarring over naamgeving.
'Amethyst' is voor zo ver mij bekend een selectie uit de wildvorm. Ze is groeikrachtig, goed van textuur en rijk bloeiend.
Met de winterhardheid zit het ook hier wel goed.
Veronicastrum zijn onverwoestbare vaste planten waar met name bijen dol op zijn.
Hun stevige stengels staan fier overeind met bladkransen in etages en ze vormen al snel een aardige pol.
'Apollo' is een relatief lage vorm met bijzonder lange bloei aren zonder zijaren.
To the moon!
Een uitstekende, recente, compacte Oudolf introductie.
Het is een onderhoudsarme, robuuste plant die jarenlang op dezelfde plek kan staan zonder te verslappen.
Ziekte vrij en zeer winterhard bovendien.
Een rots in de branding.
De ultieme prairieplant, zonder deze is het geen echte prairie.
Onverwoestbaar sterk en in dit geval ook nog compact en hartveroverend.
Vraagt totaal geen onderhoud. Helemaal niets als je de afgestorven delen in de winter laat wegwaaien en afbranden. Heb je niet zo'n hele grote tuin dan duw je de dorre takken even in de compost.
Stoer en lieflijk.
Van planten afkomstig van de Amerikaanse prairie mag je wel wat standvastigheid verwachten. Ongecompliceerd dus en naar hartenlust te combineren, vooral met grassen, om in de prairiesfeer te blijven.
In grote groepen, of volledig gemengd met van alles en nog wat.
De kleur leent zich er voor.
Onverwoestbaar dus.
Hetzelfde onverwoestbare prairiespul in een zachter roze en wat lager.
Dat roze is hier zelfs een beetje fluoriserend.
Duidelijk lager dan de meeste van deze van de prairie afkomstige planten.
Sterk, betrouwbaar en zeer bruikbaar.