Dit is een half verhoutende kruising tussen de gewone, kruidachtige pioen en een Chinese rockii boompioen.
Ze heeft semi dubbele bloemen aan steviige rechtopstaande stelen. Ze worden heel oud en elk jaar mooier met meer bloemen.
De zacht geurende bloemen hebben een doorsnede van zo'n 20 cm.
De jazz spat er van af.
Waarschijnlijk de meest legendarische pioen ooit sinds 'Rock's Variety'.
Een kruising tussen boom- en kruidachtige pioen.
De bloemen zijn zo'n 20 cm in doorsnede, maar hebben vanwege houtige stelen geen steun nodig. Ze is zeer rijk bloeiend en heeft een lekkere lichte geur.
Het blad blijft tot diep in de herfst fris om daarna met geweldige herfstkleuren een einde te vinden.
In 1948 kwam Toichi Itoh uit Tokio op het lumineuze idee om stuifmeel van de kruidachtige Paeonia lactiflora 'Alice Harding' te gebruiken om er de Japanse boompioen 'Katoden' mee te bestuiven. Zo ontstond de fantastische intersectionele kruisingsreeks met boompioen blad en half-houtige stengels.
Ze blijven veel lager dan boompioenen en hebben vaak half gevulde bloemen in heerlijke kleuren.
Itoh's zijn kruisingen van kruidachtige pioenen met boompioenen. Ze verhouten maar blijven redelijk laag en vertakken voornamelijk aan de grond.
De bijzondere 'Canary Brilliants' werd in 1999 geselecteerd door Roger Anderson. In knop zijn ze crèmekleurig, langzaam verkleuren ze via geel naar oranjeroze. De bloemen zijn goed aankijkend en staan boven het blad.
Inderdaad, een juweeltje.
De Japanse professor Itoh was de eerste die het lukte boompioenen te kruisen met kruidachtige. Deze types staan genetisch ver van elkaar, ze behoren tot verschillende secties. De takken zijn halfverhout en de plant vormt een lage statige struik.
Roger Anderson deed het kunstje van Itoh in 1986 na en kwam zo tot deze. De kleur verloopt van zuiverwit naar diep roze-rood in het hart van de semi dubbele bloem. Ze zijn uitstekend winterhard, traag groeiend maar zeer lang levend.
Intersectionele hybride tussen een boompioen en een kruidachtige soort.
Deze kleur is in deze groep zeer bijzonder en maakt haar tot een kostbare zeldzaamheid.
Naarmate de wortels krachtiger worden worden de bloemen ieder jaar voller. Ze vormt een mooie compacte struik die geen ondersteuning nodig heeft.
De half houtige 'Julia Rose' begint kersroze en verkleurt langzaam via abrikoos oranje naar geel. Op de struik geeft dit een bijzonder tweekleurig effect.
Ze geurt helaas maar weinig of niet. In de vaas doet ze het uitstekend.
Vroeg bloeiend.
Dit is een kruising tussen de gewone, kruidachtige pioen en een Chinese rockii boompioen.
Deze half-houtige planten groeien aanvankelijk traag, maar een volwassen plant kan tot wel 50 bloemen maken.
Ze zijn bijzonder schaars, kostbaar en zeer geliefd om hun bijzondere kleuren en groeiwijze. De geurende bloemen hebben een doorsnede van zo'n 20 cm.
Dit is een bijzondere categorie pioenrozen ontstaan dankzei het lumineuze idee, In 1948, van Toichi Itoh uit Tokio om boompioenen te kruisen met kruidachtige. Deze kruisingen zijn half verhoutend en relatief laag. Ze vertakken in de grond en bloeien meestal 'aankijkend' met heldere aansprekende kleuren.
'Orange Victory' is een in 2001 geïntroduceerde nieuwe kruising volgens dit principe.
'Pink Ardour' is een intersectionele hybride, een kruising tussen een boompioen en een kruidachtige pioen. Deze pioenen blijven vrij laag en compact en verhouten gedeeltelijk. Ze maken elk jaar meer stengels vanuit de grond en zijn zeer standvastig.
Hun kleuren zijn fenomenaal.
Een van de beste gevulde roze. Van roze naar donker roze in het hart op stevige stengels.
Heerlijk geurend.
Dip your nose, cheek to cheek and dance..
Deze 'kom van schoonheid' is een half gevulde kruidachtige cultivar, vroeg en rijk bloeiend roze met een opvallend hart.
Japans type heet dat.
Het krachtige roze wordt geblust door het crème gele hart.
Deze schaal slagroom is een van de allermooiste gevulde witte.
Staat op zichzelf, geen steun nodig.
Licht en luchtig van geur.
Caloriearme slagroom, maakt net zo gelukkig.
Bloemen van diep donker bruinroood in een half gevulde komvorm naar uiteindelijk openhartige helderrode bloemen. Qua kleur exact mijn ding.
Bovendien heel sterk, rechtopstaand en gezond.
Deze wordt veel geteeld als snijbloem, mede vanwege de stevige stelen. Voor de zekerheid liefst wel wat steun geven.
Zoet van geur.
Het is een in Nederland gevonden kruising van 'Bunker Hill' met 'Sarah Bernhardt' van voor 1950.
Een lekker rijk bloeiende en sterk geurende gevulde cultivar.
'Duchesse de Nemours' werd in 1854 geïntroduceerd en is dus met recht een klassieker te noemen. De bloemblaadjes zijn leuk gefranst.
Het is bovendien een uitstekende snijbloem.
Dubbel champagne wit (iets roze), midden vroeg en zacht en zoet geurend.
De bloemvorm is afgeplat zoals bij de gelijknamige Kaapse jasmijn, ze maakt veel zijknoppen waardoor ze lang bloeit.
Ze heeft wel wat wat steun nodig. Dat komt wel meer voor bij sterk geurende soorten.
Zeer pompeus prachtig en stevig op eigen benen.
Ook heel geschikt voor de vaas. Geur is helaas maar zwak aanwezig.
Een klassieke gevulde, vroeg bloeiende watermeloen rode pioenroos met goed geurende bloemen.
Wereldwijd populair vanwege de indrukwekkende bloemen.
Oorspronkelijk uit de Verenigde Staten. (geïntroduceerd rond 1940)
Zeer geschikt als snijbloem.
De meest geteelde rode voor de snij. Verbloeiend van rood naar roze violet, bij pioen wordt dat al paars genoemd.
Uit 1908 maar nog steeds de meest geteelde rode snijpioen.
Compact, maar toch graag een beetje steun.
Licht geurend.
Deze lang en rijk bloeiende klassieker is al vele jaren wereldkampioen witte pioen.
Ze is in 1936 geïntroduceerd in de VS door Mann en Van Steen en werd regelmatig onderscheiden, niet alleen in Amerika maar ook door de RHS.
De 20 cm grote halfgevulde sneeuwwitte bloemen met een open hart staan op sterke stelen en hebben een heerlijk zoete honinggeur. In knop zijn ze zacht roze.
Perfect ook voor een geurig boeket.
Vrij laat bloeiende enkele van het Japanse type met donker amarant rode bloemen en een warm goudgeel hart.
Goede snijbloem.
Echt wel rood.
Halfgevulde rozerode, afkomstig van Orville, de Amerikaanse veredelaar uit Illinois die ook veel Hemerocallis cultivars heeft geïntroduceerd.
Sarah is een laatbloeier en een echte klassieker van Lemoine (1906).
Ze bloeit dubbel roze. Het roze is hier en daar geaccentueerd met rode vlekken en lichtere randen aan de bloem blaadjes. Ze hebben een golvende rand.
Sterke snijbloem.
Excellent geurend.
Vroeg, dubbel wit met een vleugje roze als de knoppen net open zijn. Oudere bloemen zijn volledig wit.
Relatief hoog (100 cm), goed geurend.
Stevige lange stelen, ideaal als snijbloem.
Dit gekke ding werd naar verluidt gevonden in een boomgaard in Zuid Korea.
Bloemen in 3 lagen, als een ijsje.
Zeer sterk en aangenaam geurend.
In 1949 geïntroduceerd door de Nederlandse kweker Hoogendoorn en nog steeds zeer populair vanwege haar schoonheid en betrouwbaarheid.
Ze bloeit rijk met zacht roze, licht nostalgisch geurende gigantische bloemen tot 35 cm doorsnede.
Zeer geschikt ook als snijbloem.
Een van de sterkst geurende pioenen.
Bovendien een excellente gezonde tuinplant vanwege de bolronde vorm, rijke bloei en stevige stelen waardoor ze ook zeer vaas vaardig zijn.
Verbloeiend van donker naar licht roze.
Japans type, 1986 geïntroduceerd in Polen.
De naam betekent 'toren van bloemen'. Als alle rockii pioenen vanwege de wat latere bloei zeer geschikt voor ons klimaat. Ze bloeit vanwege de gevulde bloemen ook relatief lang.
De bloemen zijn zo'n 16 cm doorsnee.
Niemand heeft ooit aangevochten dat ze, eenmaal goed aangeslagen, wel 100 jaar oud worden en elk jaar mooier.
Mudan is Chinees voor boompioen. De 'gewone' heten Xibei Mudan. Rockii's worden Ziban Mudan genoemd wat duidt op de zwarte vlekken in het hart. Gansu Mudan, boompioenen uit Mudan, al dan niet met vlekken zijn de uitzonderlijk vitale, goed geurende, extra prachtige subgroep van Ziban Mudan.
"Heldere dauw op een tweehoornige bloem" bloeit rijk met 20 x 6 cm grote bloemen.
Zeer grote licht geurende gevulde bloemen met zacht gerimpelde bloemblaadjes in een diep donkerrode tot wijnrode kleur.
Boompioenen bloeien niet alleen spectaculair. De eerste jaren ga je trots het aantal bloemen tellen tot dat onbegonnen werk wordt. Ze vormen ook een mooie grillige struik met aantrekkelijk ingesneden blad.
'Rou Fu Rong' is een klassieke Chinese boompioen met reusachtige gevulde bloemen. Deze boompioenen staan al meer dan 20 jaar in onze tuin, dus ze gaan nog makkelijk 80 jaar mee. En ze maken elk jaar meer bloemen.
Ze zijn uitstekend winterhard.
Het enige wat ze nodig hebben is diep-doorlatende lemige grond.
Vrij vertaald: "Zwarte draak met een fantastische bloem in z'n bek."
Ook een rockii maar dan gevuld en gekleurd waardoor je de zwarte basaalvlekken niet ziet.
Deze boompioenen zijn de beste voor ons klimaat omdat ze laat uitlopen hebben ze geen last van nachtvorst.
Klassieke Chinese boompioen met fel roze chrysant-vormige bloemen uit de Central Plains-groep..
Boompioenen zijn zeer langlevend en goed winterhard.
Ze vragen net als rozen en andere pioenen twee of drie keer per jaar bemesting. Wij hebben hiervoor een goede plantaardige meststof.
Ze bloeien op tweejarig hout. Snoei dus alleen beschadigde of kruisende takken.
Grootbloemige vaste papaver in een zeer aangenaam zalm-roze.
Papaver orientale verliest in de zomer na de bloei haar blad.
Zet haar dus vooraan in een border. Maar achter een andere plant die het van haar over neemt.
Eenmaal goed aangeslagen vormt ze een makkelijke polvormende vaste plant
'Monocarp' (eenmaal bloeiend), collega's noemen het vaak tweejarig, is net zoiets als 'Carpe Diem' (pluk de dag). Of zoals mijn guru zou zeggen: "You should be diggin' it while it's happening 'Cause it just might be a one-shot deal." (FZ) Meestal is al het tweede jaar een heerlijke wollige wolk op 150 cm hoge purperen stelen je deel.
Ze zaaien zich bovendien rijkelijk uit.
Ik zaai per pot meerdere zaden waardoor je kans hebt op vaker bloei uit dezelfde pot. Genoeg tijd dus voor de zaailingen om het over te nemen.
Een rijk bloeiend fontijngras met dikke wollige aren.
Ze is wat meer natuurlijk van uitstraling dan de meeste voor mij wat al te strakke lampenpoetsers.
In de herfst kleurt het blad oranje, later wordt het donker geel en uiteindelijk resulterend in een beige, zeer goed winterbeeld.
Fijn, strak opgeruimd en uitstekend presterend maar toch nog een beetje losjes.
Het heeft lang geduurd tot ik deze leerde waarderen. Ik vond de lampenpoetsers nogal stijfjes en begon met de wat minder gangbare vormen. In de loop der jaren viel mij op hoe mooi hun winterbeeld is. Tot de winter zijn het nette polletjes die voor siergrassen vrij vroeg bloeien met strakke pluimpjes.
Je ziet ze vaak in grote groepen in de voortuinen van strakke witgeschilderde villa's. Soms met een paar berkenboompjes en verder niets.
Diep donkere poetsborsteltjes.
'Moudry' is een van de strakste en meest contrastrijke lampenpoetsers.
Ik ben zelf geen lampenpoetserfan, juist omdat ze zo strak en opgeruimd zijn, meestal toegepast in tuinen die dagelijks worden gestofzuigd.
Maar deze is zo strak dat het weer aardig wordt. Bovendien blijven ze de hele winter aantrekkelijk.
Deze schoonheid vormt een flinke pol met forse,. Het is een vroeg bloeiende selectie uit 'National Arboretum'. De forse, tot 6 cm dikke, aren beginnen purper-roze en verkleurem naar bruin-purper het blad krijgt een fijne gele herfstkleur.
De dikke pluimen buigen elegant door en zijn ook heel geschikt voor de vaas of als droogbloem.
Onderhoud: Je knipt ze diep terug in het voorjaar. Dat is alles.
Laag siergras dat elegant breed uitwaaiert en lang bloeit.
Lastig om niet even aan te zitten of het te aaien.
De juiste bloeitijd voor veel prairie stijl combinaties, maar ook prima als solitair.
Eleganter dan de meeste, lampenpoetsers. Ik vind ze bijna allemaal iets te stijfjes.
Uitstekend winterhard voor een Penstemon, net als 'Huskers Red' maar dan nog veel intensiever van kleur.
Donkerder blad en meer sprekende bloemen. Duidelijk een verbetering denken we.
Met dank aan Dale Lindgren van Nebraska University die er serieus werk van heeft gemaakt.
Het begon allemaal met 'Husker Red', maar ja, ze zijn best makkelijk te zaaien en dus kennen we inmiddels 8 verschillende cultivars van deze zeer winterharde Penstemon.
De naam 'Onyx and Pearls' slaat op het contrast tussen het zwarte blad en de witte bloemen.
Ze heeft tot nu toe het donkerste blad. Ook de bloemstengels zijn bijna zwart.
Wollige bloemkelken aan lange aren, heerlijk zilver grijze stengels en blad.
In het voorjaar knip je ze diep terug; verder geen omkijken naar en gegarandeerd een eindeloos lang bloemenfeest in het najaar.
Ze komen van de ijskoude steppes in de Kaukasus, maar doen het ook voortreffelijk in heet zuid Frankrijk.
Maak je dus geen zorgen als iemand beweert dat deze een beetje bang wordt van vorst.
Onzin: Dit is Genghis Khan lavendel.
De dwergvorm van 'Blue Spire'. Deze dingen komen uit de Mongoolse stenige steppe waar ze samen met Eremurus staan. Ze hebben dus niets nodig behalve zon. Kou deert ze ook niet.
Diep snoeien in het voorjaar.
Deze zilveren droom, samen met Echinacea en Verbena, vormt sinds 2010 de ruggengraat van onze prairie border.
Jelena maakt een nette, compacte bolronde struik die in het najaar voor de helft uit bloemstengels bestaat.
Tegenwoordig is Perovskia officieel ingedeeld bij Salvia. Ik noem ze ook wel Djengis Kahn lavendel vanwege hun herkomst uit de Mongoolse stenige steppe.
Ze zijn zeer winterhard en verdragen elk weertype, inclusief extreme hitte en bittere kou.
Peter Catt van Liss Forest Nursery, Hampshire, Groot-Brittannië is de uitvinder van de beste Russische salie tot nu toe: 'Lacey Blue' en in 2012 introduceerde hij 'Silvery Blue'.
Nog ietsje lager en dus steviger maar vooral vanwege het zeer zilveren blad een opwindende introductie.
Ze zijn allemaal prima winterhard en geurig.
Zilveren Djengis Khan lavendel.
Extra zilver blad en zeer rijke volle bloei kenmerken deze recente dwergvorm gevonden tussen zaailingen van 'Blue Spire'.
Knippen zorgt voor herbloei. Maar doe dat in ieder geval elk voorjaar.
Goed voor een zilveren medaille op Plantarium 2009.
Deze heeft de fijnste wollige bloemen.
Chris heeft niet ook nog een oranje veld. Deze is afgeleid van 'Blackfield'.
Het is een ietwat elegant doorknikkende aar die naar oranje neigend roze bloeit.
Lekker met blauw en grijs of bijvoorbeeld zo'n porseleinen Clematis x jouiniana.
Even sterk en even makkelijk als de rest.
Een simpel bruikbaar perfect bodembedekkend ding is dit.
De bloemen verkleuren van zacht roze naar diep purper rood.
Sterk en makkelijk om van die lastige vakjes mee te vullen of voor randjes.
Als ze uitgebloeid raken, wat enig geduld vergt, mag je er met de grasmaaier overheen.
Ik ga hier niet omheen draaien; dit is gewoon een simpele bodembedekker en we zijn er wegens gebrek aan tijd en aandacht nog niet achter welke affinis nu de allerbeste is.
Tot nu toe weten we zeker dat ze onverwoestbaar zijn en allemaal rood en roze tegelijk kunnen bloeien.
Lekker laag zijn ze ook allemaal, dus zijn het perfecte bodembedekkers.
Hier vul je snel grote gaten mee. Het is een ijzersterke robuuste plant die tot diep in het najaar presteert. Eindelijk een die Eupatorium purpureum naar de kroon stoot.
Maak er samen met dat koninginnenkruid en Miscantus zo'n massief stevig najaarshoekje mee.
Een joekel van een dikkerd.
Een stevige op zichzelf staande cultivar met goed gave bloemen in volle aren.
Als allemaal, onverwoestbaar.
Deze selectie uit 2008 van Jan Spruyt is hot.
Chris Ghyselen, selecteert al zeker 15 jaar binnen zijn favoriete geslacht.
Ik herinner me goed hoe hij daar lang geleden over sprak. De afgelopen jaren plukken we de vruchten van zijn werk.
Dit is een zeer korte roze met elegant doorbuigende bloemaartjes.
De laatste en misschien wel meest fantastische nieuwe bodembedekkende Persicaria.
Een recente introductie van Chris Ghyselen, de Belgische tuinarchitect en tevens Persicaria koning. De meeste van onze Persicaria zijn door hem geselecteerd.
Deze nieuwe bloeit rijk en lang met zeer ranke lange bloemstengels.
Persicaria zijn heel sterk en makkelijk en bloeien meestal tot de eerste vorst waarna ze abrupt in elkaar zakken.
Persicaria amplexicaulis 'Alba' kan het schudden, dit wordt de nieuwe standaard.
Rijke bloei met fijne lange, zeer elegant doorbuigende spitse aren.
Net zo onverwoestbaar als de rest.
Met dank weer aan de specialist Chris Ghyselen.
Deze majestueuze schermbloemige kan een beetje tippen aan Ferula. Dus ze is geweldig.
Het blad komt niet hoger dan 70 cm, de rest vormt het transparante bloemstengel festijn. Die stengels zijn bovendien donker purper.
Een zeer bruikbaar verticaal element voor je border dus. Ik denk daarbij aan prairie hoewel ze oorspronkelijk uit zuid-oost Europa komt.
De combinatie van de aristocratisch oudroze bloemen met het grijs wollig behaard blad met een gele waas is helemaal naar mijn zin.
Prima winterhard, maar kan in een strenge winter bovengronds weg vriezen om daarna opnieuw uit te lopen. (Dat is de afgelopen 10 jaar niet meer gebeurd.)
Onmisbaar in mijn tuin.
Een licht verhoutende, heesterachtige Phlomis soort met ook in de winter heerlijk donkergroen blad en de hele zomer, tot laat in het najaar okergele bloemen.
Uit Turkije, dus bij ons volledig winterhard.
Ze staat al vele jaren, met haar fijne bladkleur en heerlijk donkere bloemen, in onze tuin voor mediterrane sfeer te zorgen.
Phlomis russeliana mag in geen enkele tuin met mediterrane aspiraties ontbreken. De crème gele bloemen in etages maken veel indruk. Het is een warmte uitstralende plant met groot olijfgroen wollig blad. Dat blad heeft bovendien een sterk onkruid werende werking.
Kruidachtig en half-bladhoudend. Best in de zon. Prima winterhard.
Architectuur van het stoerdere, rechtovereind staande soort.
Etage na etage lieflijk roze bloemen aan donkere stelen.
Makkelijk, maar desondanks meer iets voor de gevorderde tuinier omdat alleen die inziet hoe slecht hij zonder deze kan.
Phlomoides is een afsplitsing van het geslacht Phlomis, ze zijn er nauw verwant mee.
Phlomoides tuberosa komt van nature voor in China, Kazachstan, Kirgizië, Mongolië, Rusland; Zuid-West Azië en Europa.
'Bronze Flamingo' is een fraaie zaaiselectie met contrasterende donkere stengels. De kleur van de bloemen kan iets variëren.
Uitstekend winterhard en zeer aangenaam in wat grotere groepen.
Een kussentje gemaakt van heerlijk gekleurde bloemetjes.
Van die heerlijk polletjes voor een warme een beetje droge plek bijvoorbeeld op een muurtje.
Een splinternieuw ouderwets voorjaarsrokje.
Deze vlambloem uit de Oostelijke VS staat van nature in de halfschaduw, tussen struiken of in bosranden.
De bloemen geuren lichtjes. De plant verspreidt zich heel geleidelijk, dus niet overrompelend, met worteluitlopers.
'Blue Moon' wijkt af van de wildvorm door brede petalen die volle maan-ronde bloemen vormen.
Makkelijke, lieflijke maanwolkjes.
Sterk geurende bleek-violetblauwe bloemen aan lage planten. Weinig of geen last van meeldauw.
Te makkelijk voor meer woorden.
Na de bloei mag je ze eens flink knippen.
Aangename blauwe wolkjes.
Geurende witte wolkjes die het voorjaarsgevoel aanjagen.
Heerlijk helder, lichtgevend bijna.
Ze verdraagt schaduw wonderwel.
Veel Phloxen hebben last van drie dingen: tweekleurige bloemen in foute kleuren en meeldauw.
David heeft nergens last van.
De bloemen geuren en kunnen ook op de vaas.
Een sterke witte bordervuller.
Een Nederlandse introductie uit 2010, die na 8 jaar testen is geselecteerd op geur en ziekte resistentie.
Phloxen zijn makkelijke standvastige planten.
Ik vind de meeste wat al te bont en ben geen fan van van tweekleurige bloemen. Maar deze mag er zijn, met haar zoet-sappige bloemetjes.
Net als de rest van de kruip phloxjes wolkig en laag, maar dan met een vleugje blauw in het wit.
Voor de zachte kleuren border.
Bloemetjes die zichzelf verkopen.
Vijftien centimeter sneeuwgarantie in mei biedt deze een eenvoudige, gemakkelijke vaste plant waar je grote vakken mee kunt vullen.
Ze staat niet graag al te donker of te droog in de zomer.
Maagdelijk wit.
Het donker purperen blad doorstaat milde winters ongeschonden. Mocht het bevriezen, dan krijg je prachtig nieuw blad in het voorjaar. Zoals meestal; hoe kouder, hoe donkerder. De combinatie met de heerlijke paarse bloemetjes is ook geslaagd. De bloemen zijn diep donker en bijzonder groot voor jakobsladder.
Een geweldige nog vrij nieuwe introductie.
'Stairway to heaven'.
Dit inheems schatje heeft me altijd vertederd. Een wonderlijk mooie voorjaarsverassing toch, als dit in je ruig vochtig grasland staat en zich daar dan uitzaait.
Het is bovendien een belangrijk geneeskruid.
Het blad wordt in Spanje gegeten en de bloemen kunnen versuikerd tot snoepjes of in salade.
Echt voorjaar.Groot geluk voor jou en je bijtjes.
Pluot is de samentrekking van plum en apricot een kruising dus van een abrikoos met een Japanse pruim.
Pluot is niet zelf bestuivend. Bestuiving is mogelijk met abrikoos, pruim, sierpruim of een ander ras pluot.
De smaak van de gladde vruchten is bijzonder goed, zeer zoet en complex.
Abrikoos-pruim is in Californië ontwikkeld door Zaiger's Genetics.
Alleen al vanwege de naam maar ook vanwege de fabuleuse smaak zijn we dol op de reusachtige, stokoude 'Schneiders Späte Knorpelkirsche' in onze schapenweide. 'Dönissens', omstreeks 1824 in Duitsland gevonden, is net zo lekker en ook goed productief. De oogst is relatief laat; vanaf eind juli. Bestuiving kan met de meeste andere rassen uitgezonderd 'Kordia' en 'Techlovan'.
De beste gele.
'Kordia' is een goed zelf bestuivende zoete kers met een diep rode, bijna zwarte kleur.
De kersen rijpen in juli en zijn heerlijk zoet en aromatisch van smaak.
Snoei 'Kordia' in het voorjaar in een vaasvorm. Laat vooral horizontale takken uitgroeien.
'Regina' is een kruising uit 1981 van 'Schneiders Späte Knorpelkirsche' (dat zijn de grote kersenbomen op onze kwekerij) met 'Rube'. De kersen hebben een bijzonder goede smaak en aroma en weinig last van barsten, ze rijpen relatief laat, eind juli.
Ze is zelfbestuivend, maar andere kersenrassen in de buurt geven meestal een wat hogere opbrengst.
Dit zijn kleine boompjes, dus goed te verzenden. Omdat ze laag veredeld zijn blijven ze klein.
'Stella' is een vruchtbare, donkerrode, vrij zoete kers met een goede smaak, weinig gevoelig voor barsten.
De kersen rijpen omstreeks half juli.
Ze is zelfbestuivend, maar andere kersenrassen in de buurt kunnen de vruchtzetting bevorderen.
'Stella' is een Canadees ras (1970), van nature vrij compact.
Deze planten zijn bovendien laag geënt, het blijft dus een klein boompje.
'Sylvia' is een vrij late (eind juli), zelf bestuivende zuilvormige zoete kers. Het blijft een smal opgaand, klein boompje, dat weinig snoei vraagt. Als zuilvorm kan ze ook in pot op het terras worden gehouden.
Kruisbestuiving met andere rassen zal de opbrengst verhogen.
In de volle grond hoef je ze ook geen water te geven en vergt ze nog minder onderhoud.
Eindelijk kunnen we ook deze klassieker van voor 1850 uit ons lieve buurland aanbieden. Ze heeft zeer goed smakende grote donkerpaarse vruchten met groen-geel vruchtvlees die vanaf half augustus rijpen. Ze is zeer ziekte resistent.
Ze is prima zelfbestuivend, maar de opbrengst kan worden verhoogd door kruisbestuiving met 'Anna Spath', 'Czar','Monsieur Hatif', Opal', 'Reine Claude d'Althan' en 'Victoria'.
Met mate snoeien in het voorjaar.
De 'Hauszwetsche' is een ziektevrije zelfbestuivende zoete pruim met grote langwerpige vruchten. Het groen-gele vruchtvlees laat goed los van de pit. Ze geeft een goed regelmatige opbrengst.
Ook hier geldt; zelf bestuivend maar geeft nog meer opbrengst met andere rassen in de buurt.
Matig snoeien in het voorjaar of meteen na de oogst.
Voor je Proermevlaai.
Zuilvormige pruimen zijn een recente ontwikkeling. Ze maken hele korte vruchtbare zijtakken waardoor ze als een ± 80 cm brede kolom groeien en snoei vrijwel niet nodig is. Ze kunnen dus ook in pot maar in de volle grond vragen ze veel minder aandacht. 'Mirabelle Ruby' is zelfbestuivend, maar zoals vaak het geval: de opbrengst wordt nog beter wanneer ze worden kruisbestoven, bijvoorbeeld door: 'Mirabelle de Nancy', 'Opal' of 'Victoria'. Het vruchtvlees is geel-rood, de smaak is zoet met een vleugje perzik.
'Opal' is een van onze favoriete pruimen. Ze is gezond, makkelijk en redelijk zelfbestuivend. Ook kan ze als bestuiver een rol spelen voor andere rassen zoals 'Victoria'.
Het vruchtvlees is geel en het velletje heet blauw te zijn, maar dan wel pruimenblauw.
Deze zelffertiele pruim, in 1860 gevonden in Frankrijk, is tamelijk groeikrachtig. Als laagstam blijft ze relatief klein. De grote vruchten rijpen in augustus. Ze zijn zeer zoet, aromatisch en sappig.
Hoewel ze prima zelfbestuivend is kan bestuiving door bijvoorbeeld 'Bleue de Belgique', 'Reine Claude d'Althan' of 'Victoria' de opbrengst nog vergroten.
Ook 'Stanley' is zelf bestuivend. Maar als je er plaats voor hebt plant dan een aantal verschillende rassen, zowel om de oogst te spreiden, de opbrengst te verhogen als omwille van de subtiele smaakverschillen.
De grote ovale, sterk berijpte vruchten rijpen omstreeks eind augustus tot half september.
Na de oogst of in het voorjaar licht snoeien in vaasvorm zodat de zon diep in de kroon kan doordringen.
Nog zo'n lekkere pruim, het ljkt wel of we ze `zelf hebben uitgezocht.
Ook deze is redelijk zelfbestuivend hoewel de vruchtzetting altijd beter is als er een ander ras in de buurt staat. In dit geval bijvoorbeeld 'Opal'.
'Victoria' is zoet- aromatisch. Pruimentijd is het eind augustus.
In onze tuin staat een inmiddels redelijk grote, wat rommelige zaailing waar we elke winter de noten van genieten. Ze hebben een wat dikke schil maar smaken prima.
'Robijn' is geselecteerd op resistentie tegen late nachtvorsten.
Dit is een netjes opgekweekt boompje met een mooi rechte stam en een bolrond pruikje.
Het is de eerste fruitsoort die bloeit en dus waardevol voor hommels, bijen en andere insecten.
Een van de allerbeste zilverbladige longkruiden.
Diep blauwe bloemen aan korte stelen en fijn smal volledig zilver glanzend blad.
Een opvallend volle bossige plant die liever niet te diep wordt terug gesneden.
Meeldauw zagen we hier nog nooit in.
Een goede gezonde bodembedekker.
Lekker vol glimmend, super zilver.
Deze kreeg in 1999 op het Plantarium in Boskoop heel toepasselijk de zilveren medaille.
Een van de beste volledig zilverbladige vormen. Het glanst warempel in de zon.
De bloemen verkleuren van roze vrij snel naar blauw.
Glimmend van trots nog steeds.
Een zeer rijke bloeier in een aangenaam koraal rood met lang smal spits, rijk gevlekt, rechtopstaand blad.
Een vrij recente kruising met genen van Pulmonaria longifolia, de lang blad kampioen.
Geef ze een rijk plekje in de vochtige schaduw en je hebt er geen omkijken naar.
Lang smal spits en duidelijk gevlekt blad, rijk bloeiend met kobalt blauwe bloemen. Een zeer goede aanvulling op ons Pulmonaria sortiment.
Longkruid is een van de beste bodembedekkers die ik ken. Het blad blijft tot december mooi gezond.
Na de bloei kan er als ze te droog staan een beetje meeldauw in komen. Snijd ze dan tot de grond terug. Ze maken heel snel weer gezond nieuw blad.
Een Duitse cultivar met dun gevlekt zachtgroen blad en dromerige zachtroze bloemen.
Lang de beste roze naar wij dachten maar inmiddels zwaar beconcurreerd door 'Pink Haze' en 'Pierre's Pure Pink'.
Kies zelf maar.
Zuiver witte bloemen in het vroege voorjaar, zo rond Pasen een soort mijlpaal.
De zaden ontstaan in heerlijk warrige pluizen waar de plant nog lang sierwaarde aan ontleent.
Ze mogen graag in een soort rotsplant omgeving groeien.
Wit wildemanskruid is helemaal pluis.
Zo harig dat we hier misschien wel op de grens tussen het plantenrijk en het dierenrijk zitten.
Na de snoeperige bloemen komen lekkere pluizen.
Een goed vaste voorjaarsbloem met een beestachtig spannende zomergestalte.
Paasklokjes zou je ze kunnen noemen deze fijne vroege en best grote bloemen voor zo'n kleine plant.
Als ze het naar hun zin hebben, op een best warm plekje in doorlatende grond kunnen ze hele plakken vormen.
De zaaddozen zijn lollige pluizebollen.
Deze is veel verfijnder dan de andere Pycnanthemum, met haar smal geveerd blad.
Kleine knoopachtige witte bloemen in clusters, de hele zomer
dit is geen muntsoort, maar ze heeft wel een munt-geur.
Het geslacht Pycnanthemum werd vroeger tot de Mentha gerekend.
Een amerikaanse bosrandplant met heerlijk zilveroplichtend topblad.
Een van de beste vlinderplanten die er zijn!
Bovendien heerlijk geurend.
Het blad kun je vers kauwen, of je kunt er thee van maken.
De eerste keer dat ik deze plant met paars gespikkelde witte bloemen en smal grijzig blad uit het zuiden van de VS zag stond er een bordje bij met: Origanum viride. De bijen uit een nabijgelegen korf vlogen er massaal op, zo'n bevlogen plant zag ik daarna nooit meer.
De groeiwijze lijkt inderdaad op die van marjolein. Het is ook een ex-munt: vroeger heette ze Mentha pilosum.
Die muntgeur blijft en wordt na drogen zelfs nog sterker.
De zoet sappige vruchten rijpen eind september en smelten quasi in je hand.
In 1820 gevonden door Bonnet uit Boulogne sur Mer en vernoemd naar
monsieur Hardy, directeur van de 'Jardin de Luxembourg' in Parijs.
Ze kan zich zelf bestuiven maar de opbrengst wordt aanzienlijk verhoogd wanneer een van de volgende rassen in de buurt staan: 'Bonne Louise d'Avranches', 'Charneux' 'Clapp's Favorite', 'Conference', 'Doyenné du Comice', 'Gieser Wildeman', 'Supertrevoux' of 'Triomph de Vienne'.
Als ik twee peren moest kiezen, dan deze en 'Doyenne du Comice'. En gelukkig zijn die twee ook nog goede bestuivers voor elkaar. Lang gelden hadden we een boomgaardje in beheer met vooral 'Conference', de 'Doyenne du Comice' stonden er tussen als bestuivers.
Goed bewaarbaar en lang lekker.
'Decora' maakt een mooie volle zuilvorm. De peren zitten aan korte zijtakken dicht tegen de stam. Uiteindelijk wordt deze zuil 150 tot 180 cm hoog.
Ze is zelfbestuivend.
Houd de zijscheuten kort door ze in de zomer te snoeien tot op enkele centimeters van de stam.
De rode blos geeft het al weg; heerlijk zoet, sappig en aromatische vruchten in september-oktober.
En dit is mijn allerliefste peer. Ze worden ongeëvenaard zacht en sappig wegsmeltend als ze goed rijp zijn.
Ook deze kan een flink stuk de winter in worden bewaard.
'Conference' is een goede bestuiver maar ze kan zich ook redelijk zelf bestuiven. Er kunnen dan zelfs pitloze peren ontstaan.
Gevonden door Comice Horticole de Maine et Loire en in 1849 geïntroduceerd.
Deze peer maakt geen kroon. De vruchttakken blijven kort dus de heerlijk zoete sappige peren hangen dicht bij de stam. Ze groeit traag en blijft zeer compact. Snoei is vrijwel niet nodig. Zeer geschikt dus voor een kleine tuin, of zelfs in pot.
Ze is bovendien goed zelfbestuivend.
In oktober haal je je plintenladdertje uit de schuur voor de oogst.
Zuilvormen van fruitbomen zijn hip. Ze zijn ideaal voor kleine tuinen en kunnen zelfs in pot op een balkon of als fruitheg worden geplant. Het zijn speciale rassen die heel weinig groeien en hele korte vruchtbare zijtakken maken. Ze hoeven ook niet of nauwelijks gesnoeid. Voor een haagje plant je deze 60-80 cm van elkaar.
'Obelisk' is zelffertiel, ze lijkt qua smaak op Conference', een zoete sappige peer dus.
Tof deze.
Nashiperen komen oorspronkelijk uit China en Japan, maar ze kunnen hier ook goed vrucht dragen.
Ze zijn eenhuizig en kunnen zichzelf bestuiven maar de vruchtzetting is beter als er meerdere rassen worden gecombineerd.
De zoete vruchten rijpen in september en hebben een beetje een karamel smaak. Ze kunnen tot februari worden bewaard.
'Chojuro' is zeer vruchtbaar, een oud Japans ras met goed smakende kleine vruchten.
Een soort peer in de vorm van een appel met een complexe zoete smaak met een vleugje peer, appel en meloen. De dunschillige, middengrote vruchten rijpen eindaugustus.
'Shinseiki' is een kruising tussen 'Nijisseiki' en 'Chojuro'. Ze is zelfbestuivend, maar draagt veel rijker met een ander ras erbij als bestuiver.
Het blijven fijne kleine compacte boompjes
'Tama' is een vroeg ras met kleine zeer zoete vruchten. De vruchten zijn lang bewaarbaar.
Ze bloeien vroeg, maar hebben minder last van nachtvorst dan gewone peren.
Nashiperen kunnen over het algemeen zichzelf bestuiven, maar ze zetten beter vrucht en dragen zeer rijk wanneer je verschillende rassen plant.
.
'Poncho' is een relatief nieuw ras met een goede smaak.
De groenvlezige stengels zijn aangenaam mild, fris zuur van smaak.
Plantafstand: 75 cm.
Je mag stengels oogsten tot de langste dag. Daarna stopt de groei, worden ze te taai en moet de plant weer op krachten komen voor volgend jaar.
Wat mij betreft de ideale combinatie van het beste van zwarte bes en kruisbes. De vruchtgrootte houdt precies het midden. Ze rijpen in juni / juli.
Snelgroeiende struiken zonder doorns die makkelijk tot een leuk mini-boompje te snoeien zijn. Vrijwel onvatbaar voor ziekten.
Commercieel worden ze niet geteeld omdat de bessen te verspreid hangen. Thuis is dat geen probleem.
Goed gesnoeid zien ze er al snel uit als stokoude druivenstokken.
Goed van smaak, goede trosvorm, dikke bessen en ongevoellig voor meeldauw.
Rijpt middentijds en uniform, dus geschikt voor het inmaken van grotere hoeveelheden.
Voor de inmakers.
Deze recente introductie blijt laag en compact. Bovendien is ze mild van smaak waardoor ze ook vers aangenaam van smaak is.
Ze is volledig zelfbestuivend, er hoeft dus geen ander ras in de buurt te staan.
De besssen rijpen vanaf juni.
Snoepjes op peuterogenhoogte.
Natuurlijk, de witte zwarte bes. Wat dacht je dan?
Het schilletje van de bes is doorzichtig vanwege het ontbrekend anthocyaan.
Ze zijn daardoor veel zoeter en super smakelijk.
Aanbevolen door de beste kenners ook omdat de plant zo makkelijk en gezond is.
Zeer zeldzaam en heel speciaal. Doe er iets top-culinairs mee.
Grote trossen met dikke bessen.
De bessen hebben een zachte cassis smaak en vallen niet van de steel.
Handelbaar dus en zachtaardig van smaak.
Een heel goede zwarte, zo simpel is het.
Dit is geen zinkend schip maar een beste bes.
'Gloire des Sablons' is een oud (1854), maar vergeten ras met een heerlijke zachte zoete smaak. De bessen zijn zachtroze en halfdoorschijnend
We hebben grote volwassen struiken die soms dit jaar, maar zeker volgend jaar al bessen dragen. Ze rijpen vanaf eind juni.
Aalbessen zijn altijd zelfbestuivend.
Pink glory. Voor bij je champagne.
Een oud standaardras dat herinnert aan hoe we met de tuinbouwschool op excursie bij een bessenteler zagen hoe hij met een stok de takken naar beneden sloeg om ze half gebroken, vruchtbaarder te maken. Makkelijk dus.
Als ze een beetje kwarren knip dan een oude tak diep terug. Is daar een bruine gang te zien knip dan nog dieper tot er geen gangetje meer is. Dat is een mot die zich naar beneden vreet. Vooral bij oude planten.
Deze nieuwe selectie is een van de beste uit het veredelingsprogramma van Lubera uit Zwitserland met als doelstellingen: grotere bessen, betere smaak en gezonde, goed opgaande struiken.
Makkelijk dus, sterk, lekker en gezond.
De bessen rijpen in juli aan lange trossen.
Ook leuk als fruithaagje.
Een gezonde goed productieve professionele cultivar met donkerrode, relatief zoete bessen.
Ze kan prima als losse struik op eigen benen staan, maar professionals telen ze aangeboden aan draad in rijen.
Plant afstand: 0,50-100cm.
Sappige geel witte bessen in gevulde trossen. Zoeter dan rode aalbes.
Begin juli rijpen ze.
Aan de tros zijn aalbessen wekenlang bewaarbaar.
Ze kan prima als losse struik geteeld maar produceert nog beter in rijen aan draad, plant afstand is dan: 50 tot 100 cm.
Voor de gouden eeuw van de eetbare tuin.
Een zeer goed smakende kruisbes die weinig gevoelig is voor aantastingen.
Maar het mooiste is; ze heeft amper doorns.
Dus het plukken voelt minder als een vorm van diefstal waarvoor je straf verdient.
Een makkelijke en gezonde kruisbes dus.
Een rijk dragend, zoet en gezond ras.
Middelgrote weinig behaarde vruchten
die niet snel barsten.
Dit is een meeldauwresistent ras en dat is een van de allerbelangrijkste eigenschappen bij kruisbes.
Als losse struik 1 m afstand houden in rijen 75 cm.
Rijp: augustus - september.
Een ziekte resistente cultivar met mooie ronde rode bessen.
Als losse struik 1 m afstand houden in rijen 75 cm.
Rijp vanaf juli.
De rode zijn wat zoeter.
Het spiegelei papaver spektakel. De bloemen zijn net een omelet.
Zilver-grijs blad, zuiver witte gekreukte bloemen tot 15 cm in doorsnede met een oranje-geel hart.
Ze staan graag droog en kunnen dan fors genoeg worden om er zo trots op te zijn dat je de bloemen gaat tellen. Meestal blijven ze wat lager dan de 2 m die ze kunnen halen Eenmaal aan de gang komen er elk jaar een paar takken bij.
Deze zeldzame wilde roos komt in Nederland alleen in Zuid Limburg voor.
Ze heeft eenvoudige sterk geurende 2 cm grote witte (of zacht roze) bloemen en leuke rode botteljes in de herfst.
Alleenstaand wordt het een struik van 150 tot 200 cm. Tegen struiken kan ze zich wat hogerop hijsen. Ze groeit van nature in bosranden en is zeer geschikt voor heggen.
Deze inheemse roos groeit graag in de volle zon in niet te natte kalkrijke grond vaak in combinatie met sleedoorn en meidoorn en in bosranden. Bijen en andere nuttige insecten vinden er hun voedsel en zorgen voor bestuiving. De flesvormige 2 cm lange botteltjes worden in de winter graag gegeten door vogels waaronder koperwiek en kramsvogel. Ze bloeit in juni en juli met 4-6 cm grote bloemen. Ze is bij ons 'aangewaaid' en staat prominent langs het pad naar ons kweekveld.
Dit is zo'n plant waar je niet aan denkt als dat juist zou moeten en die je elke keer weer verrast als je haar ziet. Bijzonder donker grijs-blauw-groen blad, fantastische rood tot bruin-rode bottels aan welvende takken en leuke roze sterbloemetjes met een wit hart.
Ze groeit wild in de Alpen, Pyreneeën en Zuid Duitsland, verwilderd in Scandinavië.
Een fantastische bladplant die bovendien heerlijk bloeit en vuurrood bottelt.
Deze inheemse roos maakt goed eetbare bottels. Ze is als inheemse struik bovendien bijzonder nuttig voor vogels en insecten.
Het blad geurt vooral bij vochtig weer heerlijk naar appeltjes. Deze vruchten zijn zeer rijk aan vitamine C. Ze maken er niet voor niets 'Roosvicee' van.
Bloeirijk en productief.
Onze wilde rozen zijn vermeerderd uit originele autochtone (inheemse) herkomst.