De meest geteelde rode voor de snij. Verbloeiend van rood naar roze violet, bij pioen wordt dat al paars genoemd.
Uit 1908 maar nog steeds de meest geteelde rode snijpioen.
Compact, maar toch graag een beetje steun.
Licht geurend.
Deze lang en rijk bloeiende klassieker is al vele jaren wereldkampioen witte pioen.
Ze is in 1936 geïntroduceerd in de VS door Mann en Van Steen en werd regelmatig onderscheiden, niet alleen in Amerika maar ook door de RHS.
De 20 cm grote halfgevulde sneeuwwitte bloemen met een open hart staan op sterke stelen en hebben een heerlijk zoete honinggeur. In knop zijn ze zacht roze.
Perfect ook voor een geurig boeket.
Halfgevulde rozerode, afkomstig van Orville, de Amerikaanse veredelaar uit Illinois die ook veel Hemerocallis cultivars heeft geïntroduceerd.
Sarah is een laatbloeier en een echte klassieker van Lemoine (1906).
Ze bloeit dubbel roze. Het roze is hier en daar geaccentueerd met rode vlekken en lichtere randen aan de bloem blaadjes. Ze hebben een golvende rand.
Sterke snijbloem.
Excellent geurend.
Vroeg, dubbel wit met een vleugje roze als de knoppen net open zijn. Oudere bloemen zijn volledig wit.
Relatief hoog (100 cm), goed geurend.
Stevige lange stelen, ideaal als snijbloem.
Dit gekke ding werd naar verluidt gevonden in een boomgaard in Zuid Korea.
Bloemen in 3 lagen, als een ijsje.
Zeer sterk en aangenaam geurend.
In 1949 geïntroduceerd door de Nederlandse kweker Hoogendoorn en nog steeds zeer populair vanwege haar schoonheid en betrouwbaarheid.
Ze bloeit rijk met zacht roze, licht nostalgisch geurende gigantische bloemen tot 35 cm doorsnede.
Zeer geschikt ook als snijbloem.
De dwergvorm van 'Blue Spire'. Deze dingen komen uit de Mongoolse stenige steppe waar ze samen met Eremurus staan. Ze hebben dus niets nodig behalve zon. Kou deert ze ook niet.
Diep snoeien in het voorjaar.
Deze zilveren droom, samen met Echinacea en Verbena, vormt sinds 2010 de ruggengraat van onze prairie border.
Jelena maakt een nette, compacte bolronde struik die in het najaar voor de helft uit bloemstengels bestaat.
Tegenwoordig is Perovskia officieel ingedeeld bij Salvia. Ik noem ze ook wel Djengis Kahn lavendel vanwege hun herkomst uit de Mongoolse stenige steppe.
Ze zijn zeer winterhard en verdragen elk weertype, inclusief extreme hitte en bittere kou.
Peter Catt van Liss Forest Nursery, Hampshire, Groot-Brittannië is de uitvinder van de beste Russische salie tot nu toe: 'Lacey Blue' en in 2012 introduceerde hij 'Silvery Blue'.
Nog ietsje lager en dus steviger maar vooral vanwege het zeer zilveren blad een opwindende introductie.
Ze zijn allemaal prima winterhard en geurig.
Zilveren Djengis Khan lavendel.
Extra zilver blad en zeer rijke volle bloei kenmerken deze recente dwergvorm gevonden tussen zaailingen van 'Blue Spire'.
Knippen zorgt voor herbloei. Maar doe dat in ieder geval elk voorjaar.
Goed voor een zilveren medaille op Plantarium 2009.
Deze heeft de fijnste wollige bloemen.
De combinatie van de aristocratisch oudroze bloemen met het grijs wollig behaard blad met een gele waas is helemaal naar mijn zin.
Prima winterhard, maar kan in een strenge winter bovengronds weg vriezen om daarna opnieuw uit te lopen. (Dat is de afgelopen 10 jaar niet meer gebeurd.)
Onmisbaar in mijn tuin.
Een licht verhoutende, heesterachtige Phlomis soort met ook in de winter heerlijk donkergroen blad en de hele zomer, tot laat in het najaar okergele bloemen.
Uit Turkije, dus bij ons volledig winterhard.
Ze staat al vele jaren, met haar fijne bladkleur en heerlijk donkere bloemen, in onze tuin voor mediterrane sfeer te zorgen.
Phlomis russeliana mag in geen enkele tuin met mediterrane aspiraties ontbreken. De crème gele bloemen in etages maken veel indruk. Het is een warmte uitstralende plant met groot olijfgroen wollig blad. Dat blad heeft bovendien een sterk onkruid werende werking.
Kruidachtig en half-bladhoudend. Best in de zon. Prima winterhard.
Deze vlambloem uit de Oostelijke VS staat van nature in de halfschaduw, tussen struiken of in bosranden.
De bloemen geuren lichtjes. De plant verspreidt zich heel geleidelijk, dus niet overrompelend, met worteluitlopers.
'Blue Moon' wijkt af van de wildvorm door brede petalen die volle maan-ronde bloemen vormen.
Makkelijke, lieflijke maanwolkjes.
Sterk geurende bleek-violetblauwe bloemen aan lage planten. Weinig of geen last van meeldauw.
Te makkelijk voor meer woorden.
Na de bloei mag je ze eens flink knippen.
Aangename blauwe wolkjes.
Geurende witte wolkjes die het voorjaarsgevoel aanjagen.
Heerlijk helder, lichtgevend bijna.
Ze verdraagt schaduw wonderwel.
Veel Phloxen hebben last van drie dingen: tweekleurige bloemen in foute kleuren en meeldauw.
David heeft nergens last van.
De bloemen geuren en kunnen ook op de vaas.
Een sterke witte bordervuller.
Een Nederlandse introductie uit 2010, die na 8 jaar testen is geselecteerd op geur en ziekte resistentie.
Phloxen zijn makkelijke standvastige planten.
Ik vind de meeste wat al te bont en ben geen fan van van tweekleurige bloemen. Maar deze mag er zijn, met haar zoet-sappige bloemetjes.
Deze is veel verfijnder dan de andere Pycnanthemum, met haar smal geveerd blad.
Kleine knoopachtige witte bloemen in clusters, de hele zomer
dit is geen muntsoort, maar ze heeft wel een munt-geur.
Het geslacht Pycnanthemum werd vroeger tot de Mentha gerekend.
Een amerikaanse bosrandplant met heerlijk zilveroplichtend topblad.
Een van de beste vlinderplanten die er zijn!
Bovendien heerlijk geurend.
Het blad kun je vers kauwen, of je kunt er thee van maken.
De eerste keer dat ik deze plant met paars gespikkelde witte bloemen en smal grijzig blad uit het zuiden van de VS zag stond er een bordje bij met: Origanum viride. De bijen uit een nabijgelegen korf vlogen er massaal op, zo'n bevlogen plant zag ik daarna nooit meer.
De groeiwijze lijkt inderdaad op die van marjolein. Het is ook een ex-munt: vroeger heette ze Mentha pilosum.
Die muntgeur blijft en wordt na drogen zelfs nog sterker.
Het spiegelei papaver spektakel. De bloemen zijn net een omelet.
Zilver-grijs blad, zuiver witte gekreukte bloemen tot 15 cm in doorsnede met een oranje-geel hart.
Ze staan graag droog en kunnen dan fors genoeg worden om er zo trots op te zijn dat je de bloemen gaat tellen. Meestal blijven ze wat lager dan de 2 m die ze kunnen halen Eenmaal aan de gang komen er elk jaar een paar takken bij.
Deze inheemse roos maakt goed eetbare bottels. Ze is als inheemse struik bovendien bijzonder nuttig voor vogels en insecten.
Het blad geurt vooral bij vochtig weer heerlijk naar appeltjes. Deze vruchten zijn zeer rijk aan vitamine C. Ze maken er niet voor niets 'Roosvicee' van.
Bloeirijk en productief.
Onze wilde rozen zijn vermeerderd uit originele autochtone (inheemse) herkomst.
'Arp' is een rijk bloeiende Amerikaanse selectie met opvallend grote lichtblauwe bloemen en grijzig blad. Ze heeft de onbewezen reputatie zeer winterhard (-22) te zijn. Vrij traag en zeer open groeiend. Dus niet geschikt voor grootschalige productie maar juist prima voor de kruidentuin. 'Arp' werd geselecteerd als afstammeling van een plant die in Arp, Texas in 1972 werd gevonden door Mrs. Madelene Hill.