Groot opvallend crème gevlekt, rond blad met soms een vleugje roze.
Een vrij onbekende, bonte cultivar van deze inheemse tijm. De wilde vorm komt voor op kalkrijke grond in de duinen, Zuid Limburg en het rivierengebied. Zoals valt te verwachten doet deze het prima in ons klimaat. Ook schaduw wordt nog redelijk goed verdragen.
Bloeirijke, donkere in Joegoslavië wild gevonden selectie van onze inheemse grote wilde tijm.
Bossig kruipend met groot glanzend, donkergroen blad en lange bloeiaartjes.
Als inheemse soort op zijn plek en vanzelfsprekend heel makkelijk, ze verdraagt zelfs wat schaduw.
Tijm zonder kapsones, eetbaar, maar niet echt lekker, wel prachtig.
Vanwege de grijze waas en de zeer rijke, vroege bloei een van de beste struikvormige tijmen.
Groeit als een dwergheestertje met spits grijs blad. Snoeien na de bloei in de zomer, niet te kort voor de winter.
Omwille van de bijtjes, de bloemen en het heerlijke struikje, minder geschikt voor de keuken.
Deze gewone inheemse kruiptijm kan tot -50 graden vorst verdragen.
Het is een gemakkelijke plant voor droge zonnige plekjes.
Je kunt ze laten verwilderen, eventueel ook in een arme kalkrijke grasberm zoals die van ons. In Engeland heten ze niet voor niets 'shepards tyme'.
Groeit op het groendak van de bijenstal op het hoogste punt van onze kwekerij.
De platte uitvoering van 'Elfin', hoewel ook deze zich uiteindelijk in een bolletje omhoog kan stuwen.
Deze klassieke fijne kruiptijm, of looptijm. is een trage groeier met klein nauwsluitend blad. Een goede en betrouwbare strakke bodembedekker voor de volle zon.
Compact en plat, sterk.
Wollig, diep olijfkleurig blad en een feestelijke hoos van opvallende fris roze bloemen in juni.
Probleem kan zijn; de overdreven rijke bloei. Bij ongunstig (nat) weer willen ze zich nog wel eens bijna kapot bloeien.
Maar meestal herstellen ze zich prima na een regen opdoffer.
Bloemenfeest dus.
Als deze bloeit is het blad onder de bloemen niet meer te zien. De sneeuwwitte bloemen hebben liever niet te veel regen, dat is logisch.
Gelukkig voor de naar nectar zoekende insecten is deze schoonheid goed vast.
Als het weer een klein beetje meevalt is dit rijkelijk sneeuw voor de zon.
Vermoedelijk is dit een zeer oude cultivar uit 1914 van Six Hills Nursery. Maar in al die jaren wil wel eens wat verwisseld worden.
Dus we houden de aanduiding vaag.
Donkergroen blad en donkerroze bloemen. Sterk en betrouwbaar. In de winter kleurt het blad antraciet.
Vroeg en bijzonder rijk bloeiend.
Zeer plat.
In de verte op lavendel lijkende geur. Vandaar de volksnaam.
Compacte groei in een klein hoekig bolletje dat mooi vol blijft in het hart
Driehoekig blad als bij T. carnosus en T. camphoratus maar dan wat fijner.
Kan net als citroentijm wat last hebben van strenge vorst.
Bijzonder zeldzaam en geurig.
Zowel voor de keuken als voor de tuin. Veel compacter en aromatischer dan de gewone gezaaide wintertijm, het blad is stevig en een beetje dikvlezig.
Een heerlijk, net bol struikje.
Een van de beste voor keukengebruik.
Een wild gevonden heerlijke warm en fruitige keukentijm.
Ze hebben daar in het wild in de Haute Provence heel veel verschillende geurtjes. Ik kan daar eindeloos rondsnuffelen.
In de winter is het waar ze groeien veel kouder dan hier. Maar ook niet erg nat.
Dus hoe kouder hoe beter, mits hoog en droog.
Voor je mediterrane gerechten zijn deze tijmsoorten subliem.
Bijzonder geschikt voor keukengebruik.
Sterk lijkend op Thymus vulgaris 'Compactus' maar met een iets mooiere uniform ronde compacte habitus en wellicht ook wat welriekender.
Voor de professionele tijm kweker en tijm gebruiker.
Dit is je professionele keukentijm.
Deze kwam uit Spanje verbasterd tot ons als; Thymus faustini en bleek volledig winterhard.
Het is de recent ontdekte kruising uit de streek van Murcia van waarschijnlijk T. mastichina subsp. mastichina met T. granatensis subsp. micranthus en dat is een spannende combinatie.
Vooral de matig winterharde mastichina is heerlijk en bijzonder van geur.
De geur van tomillo maakt mij gelukkig.
Trachelospermum asiaticum komt van nature voor in China, Korea en Japan.
Het zijn windende klimplanten.
'Mandanianum' is vrijwel niet te onderscheiden van 'Christabel Bielenberg' behalve door haar herfstklkeur. In de winter krijgt het blad een brons-rode kleur.
Ze heeft diezelfde verfijnde kaneel-rozengeur.
'Mandanianum' verdraagt makkelijk tot -15ºC, gaat vroeg een de groei en maakt in april al knoppen, is dus winterhard
Deze kruising van de Engelse nationale collectiehouders Vic Johnstone en Claire Wilson werd op Hampton Court Flower Show in 2003 in ons bijzijn geïntroduceerd. Het is als alle toortsen een elegante architectonische plant. Voor niet te rijke vochthoudende grond.
Clementineis is redelijk betrouwbaar vast.
Vertakkende bloeistengels met een heerlijk kleurtje.
'Delta Blues' is een nieuwe cultivar van Matt Dirr uit Georgia met een goede compacte plantvorm.
Ongesnoeid wordt deze meer dan twee meter hoog. Maar wij snoeien ze in het voorjaar net als vlinderstruiken. Dan blijven ze veel compacter en lager.
Vitex agnus castus heeft geurend blad en is zeer geliefd bij vlinders en bijen.
De bijzondere witte vorm is net zo aantrekkelijk voor bijen en vlinders als de gewone monnikspeper en heeft datzelfde sierlijk gesneden handvormig en geurige blad maar dan met een zilveren waas.
Ze kan in strenge winters wat invriezen. Maar herstelt zich daar prima van.
Atheense vrouwen zouden het blad in bed hebben gelegd om kuisheid te bewaren tijdens het feest van Ceres. Nog steeds is ze in gebruik als medicijn ter regulering van de geslachtshormonen huishouding.
Als monnikspeperfan kan ik het niet laten er een compleet sortiment van te vermeerderen. Nadat we op Kreta door heerlijke geurende Vitex bossen hebben gewandeld ben ik helemaal verkocht.
Inmiddels hebben we er heel wat in onze tuin die het allemaal prima doen.
Deze roze vorm kom je maar zelden tegen.
Snoei ze net als Buddleja in het voorjaar.
Dit is een van mijn favoriete mediterrane planten. Ze is betrouwbaar, heeft historie, is geneeskrachtig, heeft geweldig handgeveerd blad en een fantastisch diepe bloeikleur.
Deze ondersoort 'latifolia' is extra intens van kleur. Ze staat al vele jaren in onze tuin. De punten vriezen soms wat in, maar je moet ze toch elk voorjaar terugsnoeien. Als bij vlinderstruik, maar iets minder diep.
Iedereen is dol op haar.
Vroeger in het westland in kassen geteeld. In Hampton Court staat een exemplaar dat in 1768 werd geplant door Lancelot 'Capability' Brown en nu nog volop vrucht draagt.
Vroeg, grote opbrengst, dikke trossen.
Als er erg veel vruchten in de tros zitten kleuren ze minder door. Ze zijn dan wel rijp en zoet. Gevoelig voor meeldauw, dus wel wat verwennen.
Best in de kas of zeer zonnig tegen een warme muur.