Deze sterk opgaande vorm van de kruipende Salvia reptans is bij ons volledig winterhard.
Pat McNeal vond haar in het wild in de Davis Mountains, Texas, op 1200 meter. Ze groeit daar op droge doorlatende grond, maar is niet heel kritisch.
Ze heeft lange rechte stengels met smal, naaldvormig blad en bloeit relatief laat maar nog best lang in fantastisch cobalt-blauw.
Zet haar eens naast een Gaura.
Salvia ringens is een half verhoutende plant uit de Balkan waar ze tussen 500 en 1300 meter groeit. Op de berg Olympus komt ze voor tot 1900 meter.
Ze heeft gelobt bodembedekkend blad en tot 80 cm lange elegante bloeistengels die daar ver bovenuit steken met tot 4 cm grote bloemen.
Lastig te fotograferen en zeer bijzonder: Blad dat de bodem bedekt en en zeer lange luchtige stengels met grote bloemen.
Een super salie die naar de Goden reikt.
Echt een leuke en aparte soort weer eens. Bloemen, klein en dof wijnrood verschijnen in grote aantallen, een kleurige wolk veroorzakend boven het grondstanding rozet met groot bijna rond blad. De kleur is een uitdaging aan uw combineer talent. Er zijn hele spannende denkbaar zoals bijvoorbeeld met Sanguisorba. Prima winterhard. Uit Oost Europa.
De bekende 'Schneehügel' moet volgens de Duitsers eigenlijk 'Adrian' heten en dat stimmt uiteraard. Maar het blijft even aangenaam zuiver wit.
Tot de grond terugknippen voor je op vakantie gaat, voor herbloei bij terugkomst.
Voor een toefje wit.
'Blauhügel' is de meest helderblauwe van het hele gezelschap. Erg geschikt voor langdurig blauw in de border
Lager en veel lichter van kleur dan Salvia nemorosa 'Caradonna'.
Makkelijke plant. Knip ze net als Salvia nemorosa na de eerste bloei diep terug voor herbloei.