Eigenlijk vooral vanwege de onweerstaanbare naam en omdat we nu eenmaal een anjertje horen te hebben.
Het is een heerlijk rijk bloeiend, geurend dwergje uitgroeiend tot een compact heuveltje. Geen problemen dus met lange kaal wordende stemgels waar de pluimanjers vaak last van hebben. Je kunt er ook een vrolijke pot mee te vullen.
Een klein lief ruikertje.
In Nederland is deze soort zeldzaam en beschermd. In de buurt van Amsterdam kom je ze nog wel tegen.
Ze komt meer voor in midden en zuid-oost Europa. Ze stond vaak in kloostertuinen vanwege haar medicinale eigenschappen en voor gebruik bij de bereiding van zeep.
Een leuke zeldzame heemplant.
Toen we dit lang geleden in Great Dixter de eerste keer zagen waren we verslagen, betoverende klokjes bloemen aan ijle stengels uit een pol gras. De engelse naam is: Angels Fishing Rod en vrij vertaald is dat: engel-hengel, een zeer toepasselijke naam.
Uit Zuid Afrika, dus tijdens strenge winters met wat stro of sparrentakjes afdekken goede drainage helpt ook.
Elfachtige vliegertjes op een rij.
Veel kruidendokters denken dat het geneesmiddel wel uit de bekende tweejarige zal worden gewonnen. Maar de vaste lanata bevat 4 x zoveel werkzame stof dan D. purpurea. Deze wordt dan ook grootschalig aangeplant voor productie van digitaloine, een op het hart werkzaam medicijn. Het lijkt me fantastisch zo'n veld een keer te mogen zien want ze is gruwelijk mooi. De bloem is bolrond vooral wit met mokka en een grote witte onderlip, van binnen bruin getekend.
Een vaste plant, maar kortlevend.
Een heerlijke mediterrane weefplant die niet alleen vast is, dus een paar jaar blijft leven, maar zich ook nog speels en niet hinderlijk uitzaait.
Lange smalle aren met heel veel kleine citroengele bloemen.
Ze staan tussen mijn Salie, Santolina en lavendel.
In Zuid-Frankrijk kwam ik dit schatje regelmatig tegen, maar ze zijn ook in Nederland, hoewel zeldzaam, inheems.