thuisontbreekt het linkerframe?
klik hier voor herladen

Overzicht ziekten en plagen

Op de volgende bladzijden zullen we de belangrijkste aantastingen kort behandelen.. Recepten staan aan het einde van dit hoofdstuk.


Aardvlooien

Dit is een kevertje met een springveer. De larven eten onder de grond aan de wortels maar dat veroorzaakt weinig schade. Problemen worden veroorzaakt door de kevers die gaatjes in blad vreten en bij bloemkool en broccoli het groeipunt kunnen aantasten. Koolaardvlooien komen voor op alle soorten van de koolfamilie. Er zijn ook andere soorten aardvlooien maar die veroorzaken geen duidelijke schade. Koolaardvlooien vormen met name een probleem op zware grond in de opkweek van koolplanten en bij radijs. Typisch een probleem voor jonge kiemplanten dus. De aantasting lijkt op een schot hagel dat is afgevuurd op het blad van de planten. Wanneer je ze eenmaal hebt is het heel moeilijk er weer vanaf te komen. De meeste schade treedt op van half april tot begin juli. Bij een lucht temperatuur van 180 C komen ze tevoorschijn. Ze houden van schraal en droog weer, het weer waar kool helemaal niet van houdt. En vaste droge grond.

De maatregelen die men treft tegen koolaardvlooien scheppen goede groeivoorwaarden voor de kolen; De bodem moet los en luchtig zijn en voldoende vochtig. Bestrijden is heel moeilijk maar kan bij hoge nood door het bestrooien van de planten met algenkalk (Maerl) of gesteente meel. Rotenon, Nicotine, en Pyrethrum (liefst in poedervorm ) werken bestrijdend. Kevers zijn moeilijker te bestrijden omdat hun harde schild ze beschermt tegen middelen als Pyrethrum.


Amerikaanse kruisbessen meeldauw

Te herkennen aan grijze plekken op blad en vrucht en vergroeingen aan de groeipunten.

Deze ziekte is een groot probleem in de teelt van kruisbessen. Gelukkig is er sinds kort in Engeland door de Henry Doubleday Research Association een biologisch middel getest en de werking bewezen. We hebben nu naast de preventieve werking van heermoesthee een curatief middel. Er is aangetoond dat een twee wekelijkse behandeling met een oplossing van maagzout en zeep de meeldauw schade beperkt. Eenmaal aangetaste plekken genezen als een verkurking. Belangrijk is ook dat de groei wordt hersteld om ook het volgend jaar met redelijk uitgegroeide takken het seizoen te kunnen beginnen. Ook daarom is het van belang de ziekte tijdig te bestrijden want de effecten en ook de kiemen van de meeldauw uiten zich het volgend jaar opnieuw vroeg wanneer daar in het voorgaande jaar niet tegen is opgetreden. Verder is het belangrijk dat er direkt na de oogst een open snoei wordt toegepast om de struik lucht te geven tijdens het volgende seizoen.
Recept: zie einde van dit hoofdstuk.



Bladluizen

Bladluizen komen voor in vele soorten, bijna alle planten kunnen wel door een van deze luizensoorten worden aangetast. Luizen overwinteren op een andere plant dan de soort waar ze ‘s zomers aan zuigen.

We onderscheiden de volgende soorten:


Zwarte bonenluis
Zomerwaardplant: boon, tomaat, biet, oost ind.kers
Winterwaardplant: kardinaalsmuts, gelderseroos, jasmijn, sneeuwbal

Groene perzikluis
Zomerwaardplant: sla, selder,biet, tomaat, paprika, komkommer,aardappel, kruisbloemigen etc.
Winterwaardplant: perzik, amerikaanse vogelkers

Goene slaluis
Zomerwaardplant: sla, andijvie
Winterwaardplant: bessensoorten

Katoenluis
Zomerwaardplant: komkommer, meloen, paprika, tomaat, aubergine
Winterwaardplant: zelfde planten (kasluis)

Aardappeltopluis
Zomerwaardplant: tomaat, paprika, aubergine, aardappel, sla
Winterwaardplant: in kassen en op rozen

Melige koolluis
Zomerwaardplant: kruisbloemigen
Winterwaardplant: als ei op kruisbloemigen of oogstresten


Luizen in de sla maken konsumptie onaangenaam en ze zijn vaak moeilijk af te wassen. Doordat ze aan planten zuigen ontstaan er vervormingen. Ze scheiden honingdauw af. Dit is de overmaat aan suikers die ze hebben opgenomen. Op honingdauw leeft weer een schimmel; roetdauw. Dat ziet eruit als zwarte vlekken. Van hard blad kan deze worden afgewassen. Vaak zijn de luizen al verdwenen wanneer de roetdauw opvalt. Het verband met luizen is dan soms niet meer duidelijk. Roetdauw kan de plant in haar groei belemmeren doordat het licht wegneemt. Luizen zijn de overbrengers van virusziekten.

Luizen komen af op een verhoogde concentratie in het blad van; suikers of aminozuren (koolluizen; mosterdolie). Deze sapsamenstellingen worden veroorzaakt door groeistagnaties bijvoorbeeld door;

Teveel stikstof
Droogte
Watergebrek door bodemverdichting
Weersomslag
Omplanten

Juli en augustus zijn probleemmaanden voor sla. Tuinbonen moeten zo vroeg mogelijk worden voorgekweekt en daarna uitgeplant om aantasting te berperken. Bij kool is de oorzaak van luisschade meestal gelegen in een te vaste bodemstructuur. Preventie is mogelijk door bladversterkende middelen zoals heermoesthee, waterglas en gesteentemeel.

Natuurlijke vijanden;

Larven van lieveheersbeesten, zweefvlieglarven, galmuglarven, gaasvliegen en oorwormen.
De natuurlijke vijanden hebben een behoorlijke invloed op de populatie van luizen. Het is daarom zinvol het gebruik van breedwerkende bestrijdingsmiddelen te berperken omdat daardoor ook hun vijanden worden gedood. Onder gunstige omstandigheden kunnen ze zich echter veel sneller voortplanten dan hun vijanden. Dan is ingrijpen noodzakelijk. Daarvoor kunnen we bijvoorbeeld zeep of spruzit gebruiken (zie recepten). Bloeiende planten trekken natuurlijke vijanden aan. Koolresten moeten worden opgeruimd om overwinterende eieren van de kooluis kwijt te raken. Het mulchen van kool met bijvoorbeeld stro verward de luizen waarschijnlijk, ze herkennen een koolveld niet als zodanig. Bovendien speelt daarbij een rol dat de grond vochtig blijft wat groeistagnatie voorkomt.

De allerbeste remedie tegen luizen is een optimale konditie van de planten. Als correctie bij groeistagnaties kunnen we bladbemesting met brandnetel-gier, heermoes-gier en algenextract inzetten.

Kombinatie teelten;

Bonen met bonenkruid
Sla met kervel
Sla met uien
Munt, Hyssop, Salie, Tijm ,Lavendel, en Melisse worden geacht luizen af te schrikken.


Bladrandkever

Bij bonen en erwten zie je vaak gaatjes uit de rand van van het blad. Het is soms zo grondig gedan dat het wel zo lijkt te horen. Probleem is dat de planten het niet op prijs stellen wanneer ze bladoppervlakte verliezen. Ze kunnen dAn ook minder zonlicht opvangen en suikers maken. Het is nog erger wat de larven van de bladrandkever doen. Zij vreten zich vol in de stikstofknolletjes aan de wortels van de plant.De schadeveroorzaakt door bladrandkevers is gering. Wanneer er erg veel zijn kunnen de planten groeiachterstand krijgen door stikstofgebrek. Dit is dan te verhelpen door bijbemesting.


Bladvlekkenziekten bij selderij

Bruine vlekken op het blad van knol- of bladselderij duiden op aantasting door bladvlekkenziekte. Deze aantasting is gewoon bij oudere gewassen. De sporen worden verspreid door schoffelen of andere aanrakingen. Het is op grote velden vaak duidelijk te zien hoe de ziekte zich in de lengte van de rijen heeft uitgebreid. Aangetast blad moet weggenomen worden voordat verspreiding plaats kan vinden.


Echte meeldauw

Hoort bij komkommer, augurk, meloen, pompoen, courgette, sla andijvie en schorseneer. Er zijn twee types; Erysiphe in koelere omstandigheden (volle grond) en Spaerotheca in warmere (kassen).

Te herkennen aan wit schimmelpluis op de bovenkant van het blad (valse meeldauw aan de onderkant).

Treedt op tegen het eind van de teelt bijvoorkeur onder warme droge omstandigheden. Bij teveel of te weinig licht of voedsel, met name teveel stistof!

Er zijn bij augurken en komkommers voldoende resistente gewassen te vinden.

Maatregelen; preventief om de twee weken heermoesthee, waterglas of zwavel spuiten en het kas millieu voldoende vochtig te houden. Resistente rassen.



Emelt

De emelt is de larf van de langpootmug. Ze eten alles wat ze tegen komen. Onder het grond oppervlak, waar ze leven, zijn dat meestal wortelhalzen. Het liefst eten ze aan graan, grasland, sla, andijvie en kool. Ze geven problemen in het voorjaar met name op lichte grond, bij jonge planten, in het voorjaar en na het onderspitten van grasland. Ze komen in elk grasveld voor maar door het grote aantal planten waar de zode uit bestaat is schade niet waarneembaar. Wanneer dat gras weg wordt gehaald om er tuin van te maken valt een enorme voedselbron weg en dan zullen ze schade aanrichten aan het volggewas. eiafzetting vindt plaats in augustus, eiafzetting vindt bij voorkeur plaats in vochtig gras of groenbemestingsgewas zoals rogge. Wanneer het gras kort wordt gehouden kunne vogels een flink aantal emelten wegvangen (70-90%).

Je kunt ze waarnemen door een 7cm dikke graszode 20% zout water te leggen, ze komen dan boven drijven. Het getelde aantal omgerekend naar aantal per m2 mag voor groenteteelt niet meer dan 10 zijn. Om schade te voorkomen kunnen we het gras al begin augustus onderspitten en de grond kaal houden. Of wanneer dit niet is gelukt en er erg veel emelten zijn, wachten met teelten op dit stuk tot eind juni wanneer geen schade meer is te verwachten. De grond loshouden door regelmatig schoffelen in deze periode zorgt ervoor dat ze uitdrogen of aan vogels ten prooi vallen.

Levenscyclus langpootmug (Bron: Bruhl)





Gomziekte

Een ziekte van de steenvruchten; perzik, pruim en kers. Harde bruine plekken in de vruchten door inwendige gomvorming en gom afscheiding uit de takken. Deze aantasting is te voorkomen door een goede bodemstructuur, goede kalktoestand en het vermijden van onvercomposteerde stalmest. Kersen hebben de eerste 10 jaar heel weinig mest nodig. aantasting kan een boom te gronde richten het wordt in ieder geval nooit meer wat het moet zijn. Daarom is het het beste deze bomen te rooien.


Knolvoet

Hier is maar een opmerking krachtig: vruchtwisselen (minimaal 1:4). De ziekte komt voor op alle kruisbloemige planten, ook op de onkruiden. Wanneer ze optreedt blijven de sporen nog vele jaren levenskrachtig. De aangetaste planten vertonen goeiachterstand en het blad wordt iets grijs blauw van kleur. De wortels zijn dan vergroeid en opgezwollen. Zuurgraad speelt een ol bij het ontstaan, zorg voor regelmatige kalkgift. In de boeken staan recepten voor wortepapjes met gesteenetemelen e.d. het effekt daarvan is twijfelachtig.


Koolgalmug

Koolgalmug legt eieren in het hart van alle koolplanten. Dit heet ook wel draaihartigheid. De planten groeien daarna niet meer normaal uit ze hebben meestal geen groeipunt meer en kwijnen weg. De aantasting kan tussen half mei en september plaatsvinden. Vroeg opkweken of de opkweek met fijnmazig insektengaas afdekken kan de infectie beperken.

Wat je kunt doen is de plantjes voor het planten heel goed kontroleren op aantasting je ziet dan een verdikking waarin wannneer je ze openknijpt een larfje te zien is.


Koolrups

Klassieke plaag bestaande uit vreetschade veroorzaakt door de rupsen van een aantal verschillende vlinders. Je zult ze altijd tegenkomen, de vraag is in welke mate.

Klein koolwitje; de kolen worden van hun vraat niet fraai maar ze zijn nog te eten, Schade komt vooral voor van juli tot september. Dit is het zachte lichtgroene rupsje dat iedereen wel kent. Ze heeft drie zijstrepen.

Groot koolwitje; zij pakt het radikaal aan en werkt in groepen aan enkele planten die helemaal kaalgevreten worden. Dat is natuurlijk veel beter dan wanneer er van alle planten wat wordt gevreten. Bovendien onedervinden deze rupsen veel hinder van parasitering door een sluipwesp. De rupsen zijn geel met zwarte vlekken en worden maximaal 4 cm.

Kooluil; is erg schadelijk, goede eter en maakt ook grote poepjes die rotting veroorzaken. De rups is tot 4 cm lang, dik en grijs groen bruin of zwart met twee witte zijlijnen. Wanneer de rups schrikt rolt ze zich op. Kan behalve kolen ook sla, erwten, mais, tabak , tomaat en ui aantasten.

Koolmotje; problemen zijn afhankelijk van het weer alleen bij erg warm weer kan de schade groot zijn.Ze horen voornamelijk op de koolsoorten met zachtblad zoals chinese kool thuis. Bij sluitkool eten ze vooral aan het buitenblad dat toch afval is. Het zijn tot 1cm grote heldergroene rupsen die wild spartelen wanneer ze schrikken.

Late koolmot; met name op spruitkool. De rups is groengeeltot 2 cm lang heeft een donkere rugstreep en twee kleine ‘antennes’ aan het eind. Wanneer ze schrikken laten ze zich traag vallen.

Omstandigheden waar rupsen het goed in doen:

Warme droge zomers.
Windstilte; vlinders zetten net als wortelvlieg graag eieren af in de luwte.
Sterke groeikrachtige planten die niet zijn overbemest hebben minder last van koolrupsen. In een verwaarloosde tuin doen de rupsen zich tegoed aan de kool.

Wat wij daaraan kunnen doen:

Zorgen voor natuurlijke vijanden; broedvogels die hun jongen voeden met jonge rupsen.
Mengkultuur; wanneer de kool tussen andere gewassen staat kunnen de vlinders ze niet goed vinden.
Mulch; helpt tegen rupsen maar ook tegen koolluis en koolvlieg.
Ondergroei met klavers (zie wortelvlieg).

Bestrijding is mogelijk met:

Bacillus thuringensis, te koop als Bactopspeine®. Dit is een bacterie die er voor zorgt dat de rupsen een kaakverlamming krijgen waaraan ze door honger sterven. Het werkt alleen wanneer de temperatuur boven 15o C is. Dit middel werkt uitsluitend op rupsen. Het is dus een selektief middel. Het is niet volledig afdoende maar een prima middel. De rupsen nemen het op uit het blad waaraan ze vreten. Andere middelen moeten de rups raken wat soms een probleem is omdat de rupsen in het hart van de plant zitten.
Pyrethrum, nadeel hiervanis dat ook de sluipwespen die rupsen parasiteren worden uitgeroeid.


Koolvlieg

De koolvlieg legt eieren bij alle kruisbloemige planten, daaruit komen larven die zich naar de wortelhals vreten. Door de beschadiging kan bovendien rot optreden. Vitale planten kunnen door de aantastasting heen groeien. Koolvlieg heeft een voorkeur voor lichte bodemsoorten. Insekten gaas of agryl-doek zijn afdoende. Diep geplantte, grote sterke planten zijn veel minder gevoellig. Goede aanslag is van groot belang. verse mestgeur bevorderd de aantasting.

Levenscyclus koolvlieg (IPO)



Kombinatieteelt levert soms wat problemen op i.v.m. bijvoorbeeld verschillen in mest behoefte maar kan in de volgende kombinaties infektie beperken;

Tuinboom met bloemkool (50% t.o.v. onbehandeld)
(Knol)selder met sluitkool
Tomaat met kool



Loodglans

Dit is een ziekte die vooral bij pruimen voorkomt maar ook bij kers en zelfs op bessen. De ziekte is te herkennen aan de blauwgrijze glans van de bladeren. Pruimen krijgen een gevlekte schil. Het Mycelium krijgt paarse vruchtlichamen (zwammen) op de afgestorven takken. Wanneer we takken van een aangetastre boom doorzagen zien we bruine plekken in de vaatbundels, daar heeft de schimmel,zijn verwoestend werk gedaan. De opbrengst loopt terug en de boom zal uiteindelijk afsterven wanneer de aantasting zich verder kan uitbreiden. Een aangetaste boom vorm een besmettingsbron voor andere bomen. Aangetaste takken moeten worden verbrand. Loodglans komt voor op oude slecht onderhouden bomen. Door regelmatig te snoeien blijft een boom jong en vitaal en is daardoor minder vatbaar. Kersen en pruimen mogen nooit in de herfst of de winter gesnoeid worden. Snoei is dus noodzakelijk en moet plaatsvinden kort na de oogst of voor de bloei. Met een extra mest gift kunnen we aangetaste bomen vitaliseren, minder gevoelige rassen hebben dan een kans er overheen te groeien.Ijzer en mangaangebrek kunnen aantasting i n de hand werken.

Enkele minder gevoelige rassen zijn:
Belle de Louvain, Blue de Belgique, Dubbele Boerenwitte, Early Rivers, Mirabelle de Nancy, Monsieur Hâtif, Opal, Reine-Claude d’Althan, Reine-Claude d’Oullins, Reine-Claude Verte, Sanctus Hubertus en Zoete Kwets.


Phytophthora infestans

Vormt een groot probleem in met name de buitenteelt van tomaten en in de aardappelteelt.
Bij tomaten is het vooral belangrijk eerst te voorkomen en daarna op tijd in te grijpen. We herkennen de aantasting in een vroeg stadium door te letten op gele plekjes die later bruinkleuren en verdrogen. Wanneer we de aangetaste bladeren regelmatig wegnemen voorkomen we dat de ziekte zich verspreidt. Het is voor tomaten bovendien goed wanneer er regelmatig in het blad wordt gedund. Preventief werkt heermoesthee bestrijden kunnen we met bordeause pap. Een nadeel van bordeause pap hoewel ze een redelijke bescherming biedt is de witgroene aanslag die het achterlaat op blad en vruchten. Het middel is ook niet echt millieuvriendelijk hoewel in veel landen toegelaten in de biologische teelt.

Voor aardappelen is het zaak rassen te kiezen met enige tolerantie voor aarddappelziekte in de knol. Of vroege rassen zoals Prior, Gloria, Lekkerlander en Fresco, deze zijn rijp voordat de aantasting een probleem wordt. Van de bewaarrassen moeten we zeker geen Bintje of Eigenheimer kiezen deze rassen zijn zeer vatbaar voor phytophthora in de knol. Betere keus zijn Santé, Eba en Surprise.

Verder is het belangrijk de weersverwachtingen in de gaten te houden. Bij aanhoudend nat weer is het niet mogelijk te rooien bij zware aantasting kan dan als noodmaatregel het zieke loof worden afgemaaid en afgevoerd. De ziekte kan via de stengels vanuit het blad de knol bereiken. Wanneer het blad weg is droogt ook de grond sneller op zodat de oogst eerder mogelijk is na een regenperiode. Wanneer er geen blad meer is zal de knol niet meer groeien.

Een ander belangrijk gegeven bij phytophthora in aardappels is stikstofbemesting. Overmatige bemesting voorkomt verharding en afrijping en vergroot vatbaarheid voor de schimmmelziekte.

Bij aardappels is bordeause pap eerder acceptabel als bestrijdingsmiddel. Wanneer de ziekte al tot de knol is doorgedrongen zal dit echter niets meer uithalen. Het enige wat dan nog helpt is goed en herhaald sorteren op aantasting van de voorraad.



Preimot

Geeft probleempjes bij prei maar ook bij andere soorten van de allium-familie. De larve vrreet aan het blad en kruipt zo langzaam naar het groeipunt. Dit wordt bereikt wanneer de prei niet hard genoeg groeit.

Preimot-larven lijken op uievlieg-larven maar dan met pootjes. Ze komen door elkaar voor en veroorzaken in het hart van de plant vergelijkbare schade. Preimot houdt van warme droge zomers, prei niet. Op te lichte gronden is prei erg gevoellig. Eieren worden graag op beschutte plaatsen afgezet. Extra gevoelige teelten zijn zomer- en vroege herfstprei.


Levenswijze en seizoensverloop van de preimot (bron: PAGV)



Aantasting is duidelijk te herkennen aan rafeligblad waar stroken uit zijn gevreten. Deze stroken zien we als witte strepen naar het hart van de plant. Wanneer de larf het hart bereikt treedt rotting op.

Preimot kan worden bestreden met Pyrethrum of met Bacillus thuringensis (Bactospeine™). Pyrethrum is met name effectief als dompelbad voor aangetast plantgoed, de larven moeten goed geraakt worden de prei moet dus enige tijd ondergedompeld worden..

Aangetaste prei dient opgeruimt te worden vanwege besmettingsgevaar.



Ritnaald

Dit is de larve van de kniptor. Ze worden ook wel draaddworm, ritworm of koperworm genoemd. Ritnaalden eten alles maar bij voorkeur aardappelen, mais, tarwe, bieten, wortel, sla en kleine insekten. Bonen en erwten worden relatief weinig aangetast. Ze zijn meestal net als emelten een probleem na gescheurd grasland, maar kunnen in tegensteling tot de emelt nog 2-4 jaar larter schade veroorzaken. In de tuin hebben we dus alleen de eerste jaren na ontginning van een tuin mogelijk last van ritnaalden. Ze hebben een levenscyclus van 3-5 jaar. Het schadelijkst zijn de grote bijna volgroeide larven. Ze vinden het prettig wanneer de grond vochtig rijk aan onverteerde mest of groenbemester is en wanneer de grond vast is. Net als bij emelten vormen vogels ook voor ritnaalden een ernstige bedreiging. Omdat ze groeien in een periode waarin de ritnaald dieper in de grond zit kunnen vroege aardappels nog met redelijk succes op besmette grond worden geteeld.

Levenscyclus van ritnaalden (Bron: Jones 1984)




Roest op prei bieslook ui en knoflook

Te herkennen aan aanvankelijk gele plekjes op het blad die later roestkleurig worden en opruwen. Wanneer de roestplek roestig wordt is er sprake van spoorvorming. Roest is een schimmel die zich op deze manier voortplant. Versprijding van roest vindt alleen plaats bij vochtig weer met temperaturen tussen 15 en 20o C. De ziektedruk is te verminderen door steeds oogstresten op te ruimen en een deel van het jaar geen gewassen uit de allium famillie op de tuin te hebben. Bieslook moet wanneer deze is aangetast regelmatig zo kort mogelijk worden teruggesneden. Deze ziekte verspreidt zich niet via zaad of de grond en wanneer goed wordt verkomposteerd worden ook in de komposthoop een groot deel van de kiemen gedood. Bij ui is de ziekte zelden een probleem. Roest is soortspecifiek, de roest die op andere plantenfamilies voorkomt, zoals bonenroest, kan prei niet besmetten. Roest kan men ook beschouwen als een afrijpingsziekte. Het treedt vooral op bij oudere gewassen in de herfst. Bij winterprei kondigt de roestaantasting het oogstmoment aan. Nachtvorst doodt de sporen daarna kan prei zich weer herstellen door nieuw blad te maken. Er wordt wel beweerd dat overmatig stikstofgebruik roestvorming bevorderd omdat het bladweefsel dan zwakker is. Dat is zeker zo maar matig bemesten alleen is niet voldoende. Een te langzaam groeiende plant zal zich minder goed kunnen herstellen en wordt in haar stilstand ook snel slachtoffer van allerlei aantastingen. Net als bij wortelvlieg, uienvlieg en phytofthora geldt ook voor deze aantasting dat een open winderig klimaat in de moestuin de ziektedruk helpt verminderen. Dit komt doordat in een luchtige tuin de gewassen eerder opdrogen.

Maatregelen; We kunnen bij slechte weersomstandigheden weinig ondernemen tegen de aantasting. Belangrijk zijn een goede hygiëne, het opruimen van alle resten van aangetaste planten. Aantasting kan worden uitgesteld door bladversterkende middelen zoals heermoes-thee en waterglas.


Slakken

Ze vreten aan alle groenten, vooral aan bonen, erwten, knolvenkel en aardbeien Hun functie lijkt op die van de wormen als opruimers van organisch afval, maar dan boven de grond. Wanneer de grond te zuur is nemen slakken de plaats van wormen, die het in de zure grond niet goed doen, over. Je komt ze tegen waar ze een onderkomen hebben bijvoorbeeld in een mulchlaag. Het is zinvol de grond onkruidvrij te houden. Kalk of gesteentemeel rond de planten strooien helpt tot de volgende regenbui. Natuurlijke vijenden zijn: pad, egel, mol en vogels. Vangen kun je ze met een bier-val. Dit is een bakje dat tot de rand wordt ingegraven met 1 deel bier, 2 delen water en een lepel suiker.


Uievlieg

Vooral bij uien op lichte grond een probleem. Slechte structuur, te nauw planten en teveel verse mest spelen een rol. Plantuien zijn minder kwetsbaar dan pootuien. Opkweek van prei onder insektengaas is zinvol waar veel uievlieg voorkomt. De kombinatie teelt van wortel en ui werkt alleen tegen wortelvlieg. Pootuien hebben er minder last van dan zaaiuien.


Levenscyclus uievlieg (Bron: Loosjes)






Virussen

Aantastingen door virussen, zeer gevreesd in de gangbare land- en tuinbouw, zijn in de biologische teelt vrijwel onbekende fenomenen. Hier wordt iets zichtbaar van het verschil in afweerkracht tussen biologische en op kunstmest geteelde gewassen.


Wortelvlieg

De wortelvlieg legt haar eieren af aan de wortelhals van haar waardplanten. De larven die daar uit komen vreten aan de haarwortels en uiteindelijk vreten ze zich een weg door de hele wortel, daarbij kan rot optreden als secundaire aantasting. De groei wordt verstoord, wortels krijgen bruine vlekken en worden bitter. Behalve in wortels kan wortelvlieg ook schade veroorzaken bij pastinaak, witlof, knolselder en peterselie.Voorkomen kunnen we de aantasting waarschijnlijk niet maar we kunnen ze beperken wanneer we op een aantal dingen letten.

De grond moet zoveel mogelijk gesloten blijven. Wortels moeten zo vroeg mogelijk worden gedund; door dunnen komen de wortels losser in de grond te zitten en zijn ze beter bereikbaar voor de larven. Nog beter is dun zaaien zodat dunnen niet nodig is. Ook wanneer we wieden moeten we ervoor zorgen dat de wortelhals niet vrij komt.

Regelmatig aanaarden vanaf het moment dat de plantjes 10 cm hoog zijn kan helpen maar de losse grond hoeft geen probleem te vormen voor de larven. In ieder geval kunnen we op die manier het onkruid gemakkelijk onder controle houden.

Dunnend oogsten legt de volgende wortel bloot die daardoor makkelijker aangetast wordt. Beter is voor de voet weg oogsten.

Combinatie teelt van wortel en ui tegen wortel vlieg en tegen uienvlieg werkt niet echt afdoende. Het effect neemt af wanneer de ui een bol gaat vormen. De wortels en uien moeten minimaal rij om rij worden gezaaid anders wordt het effect te gering. Het effrect neemt toe wanneer er meer rijen ui per wortelrij worden gezet. Ook knoflook , sjalotten en bieslook hebben effect. Regelmatige toepassing van boerenwormkruid kan helpen (zie recepten).

Het lopen door het gewas omdat we erin werken heeft een negatief effect omdat daardoor de wortelgeur vrij komt die wortelvlieg aantrekt.

Vruchtwissling moet voldoende ruim zijn omdat de poppen meestal overwinteren op plaatsen waar waardplanten hebben gestaan en zich het volgend jaar vandaar uit door de wind laten verspreiden.

Vers organisch materiaal werkt aantasting in de hand.

Tussenteelt van wikke zal de opbrengst verminderen maar doordat de aantasting veel minder is kan de opbrengst onaangetaste wortelen toch interressant zijn. Deze aanpak vraagt veel tuinervaring, iets voor gevorderden die alles onder controle hebben.

Het is mogelijk met insektengaas over de wortelen aantasting te voorkomen. Het gaas moet goed afsluiten. Wanneer de vliegen eronder kunnnen komen treffen ze daar een ideaal klimaat aan en zullen veel eieren leggen. Dit gaas is erg duur en daarom eigenlijk alleen lonend voor dure worteltjes zoals vroege bospeen.

Wortelvlieg is echt een probleem van de kleine tuin op grote percelen vindt de wortelvlieg het minder prettig omdat het er winderiger is, ze legt haar eieren graag af in de luwte. Bij warm windstil en broeierig weer zijn de vliegen talrijk en aktief.

Hygiëne is zinvol. Na de oogst moet het gewas goed worden verwijderd anders maken de larven hun cyclus af. Niet opgeruimde oogstresten kunnen het volgend jaar voor meer schade zorgen.


Levenscyclus wortelvlieg ( bron: v.’t Sant 1961)





Recepten

Enkele recepten bij de genoemde middelen en een aantal andere. Het is zonde om veel tijd te steken in een verkeerde toepassing van een middel. Dat gebeurt vaak door de in omloop zijnde misverstanden omtrent werking van de middelen.


Alsem

Alsem is een oud inheems plantaardig insekticide en afschrikmiddel. Onzeker is of het ook werkelijk effectief is bij praktisch gebruik. Het zou werken tegen bladluizen, rupsen, slakken,vliregen, mieren, mijten , bodeminsekten en bessenroest. Enige werking tegen zwarte bonenluis is aangetoond. Het werkt niet selektief maar breedwerkend. Dat wil zeggen dat het niet alleen schadelijke insekten doodt maar ook nuttige. Het zou, wanneer we de nadelen in acht nemen, gebruikt kunnen worden tegen de wortelvlieg. Daarbij werkt het zowel bestrijdend door de larven te vergiftigen, als afschrikkend, door de geur te wijzigen waardoor de wortelvlieg minder neiging heeft eieren af te zetten aan de wortelhals. Daarvoor moeten we 100 gram verse of 30 gram droge bladeren per liter water een dag koud aftrekken, en of het blad 20 minuten koken 1-10 keer verdund verspuiten dit om de 1-2 weken herhalen. Met name bij de bestrijding van wortelvlieg is het nodig op tijd te beginnen en vol te houden om effect te sorteren er komen immers meerdere vluchten voor. Eventueel kan er bij de plantenziektekundige dienst in Horst informatie worden ingewonnen over de vluchten (tel: 04709-87200). Bij gebruik tegen koolluizen moet altijd een uitvloeier (b.v. zeep) worden gebruikt vanwege de sterke waslaag op het blad (zie verder). Over giftigheid voor de mens is weinig bekend, het iwerd en wordt soms nog gebruikt tegen spijsverteringsproblemen en in maagbitters. Als bij zoveel plantaardige middelen hangt de giftigheid af van de gebruikte dosering. Bij gebruik in de tuin hoeven wij ons daar als eindgebruiker minder zorgen over te maken dan over het effect op het bodemleven.


Boerenwormkruid
Ook dit is een middel dat van oudsher bekend is en niet alleen als bestrijdingsmiddel op de gewassen maar ook inwendig bij mens en dier tegen lintworm werd gebruikt. Werkzame stoffen zijn onder meer thujon, bitterstoffen, tanacetine en kamfer. Boerenwormkruid is net als alsem breedwerkend, dus giftig voor het bodemleven. Het kan worden ingezet tegen wortelvlieg, koolvlieg, luis, colorado-kever, spint, roest en meeldauw. Bij proeven werd een duidelijke werking gekonstateerd van boerenwormkruidolie tegen coloradokever. In de vorm van Bio-Gemüse-Steumittel® was er enige preventieve werking tegen koolvlieg en wortelvlieg (5-20% t.o.v. onbehandeld). Uit eigen ervaring kan ik het enigzins aanbevelen in de vorm van thee tegen wortelvlieg. Aftreksel wordt gemaakt van 30 gram verse of 3 gram droge bloemen per liter water, met kokend water overgieten. Dit wordt onverdund 1-4 keer per 2 weken op de grond bij de wortelhals gespoten.


Brandnetel-gier

Aftreksels van brandnetels hebben uiteraard geen officiële toelating als bestrijdingsmiddel omdat niemand er kommerciëel blang bij kan hebben toelating aan te vragen en deze te financieren. Iedereen kan vrij beschikken over brandnetels. Dat is een goede zaak, want brandnetels zijn een ideale grondstof voor plantaardige gier. Uit onderzoek bleek dat planten in een proefopstelling meer opbrengst gaven wanneer ze met brandnetelgier werden bemest dan wanneer ze naar het beste weten van de onderzoekers met een uitgebalanceerd mengsel van synthethische meststoffen werden gevoed. De gier bevat veel stikstof maar ook voldoende sporenelementen. Het kan heel nuttig zijn om bijvoorbeeld in een kasje de planten aan de groei te houden of om na het planten het aanslaan van bijvoorbeeld koolplanten te bevorderen.Bovendien kan brandnetelgier worden verspoten als bladbemesting. In alle gevallen moet het voldoende verdund worden gebruikt, afhankelijk van de ouderdom van de gier 1:10-1:20. Hoe ouder de gier hoe sterker hij wordt. Ik raad gebruik aan in kombinatie met algen-extract om planten vitaal te houden en groei te reguleren.


Brandnetel-aftreksel

Brandnetel thee is een zeer zwak middel. De werkzame stof; Mierezuur is welliswaar een sterk breedwerkend gif het is echter zo vluchtig en snel afbreekbaar dat het nauwelijks bruikbaar is. Binnen 24 uur na bereiding is er geen mierzuur meer aanwezig in het aftreksel. Het advies brandnetelgier te gebruiken tegen luizen berust op een misverstand de werking hiervan berust enkel op het aanwezige water. Brandnetel koud afgetrokken bevat nog iets mierezuur wat een matige werking verklaart. Het is een heel gezonde drank, ik adviseer het daqrom zelf op te indrinken in plaats van het te verspuiten.


Heermoes-thee

Van poeder: 10-30 gram per liter, van verse heermoes: 110-200 gram per liter water, een nacht laten weken daarna de heermoes uit het water halen en 10-60 minuten laten koken in voldoende vers water koud aftreksel en kookaftreksel samen voegen , zeven en 1:4 tot 1:20 verdunnen. Voor verspuiten iets groene zeep 0,3-0,5 % of 0,5-2,0 % waterglas toevoegen. Curatief bij bonenroest en preventief bij andere schimmel-, bakterie-, slakken- en insekten aantastingen. Werking berust waarschijnlijk op het versterken van de waslaag op het blad oppervlak, hogere kiezelgehalten in celwanden en mogelijk ook schimmelgroeiremmende inhoudsstof


Heermoes-gier

Verse planten in een ton met water 10-20 dagen laten staan, regelmatig roeren, tot het niet meer stinkt. Voor gebruik 1:10 verdunnen. Kan samen met brandnetelgier woren verspoten als bladbemesting, over de grond of aan het gietwater toevoegen


Kaliumpermanganaat(KMnO4)

Zout dat in de biologische landbouw wordt gebruikt tegen schimmel en bacterie ziekten. Met name bij schurft en roest. Concentratie:0,1-0,5%. Verspuiten of als zaad ontsmetting en als dompelbad voor koolplanten tegen Knolvoet. Veiligheids termijn 3 weken. In de medische wereld staat KMnO4 bekend als desinfekterend voetbad of gorgelwater.


Maagzout tegen Meeldauw

Bij de drogist vragen naar; Natrium-bicarbonaat (meestal merk: Gimborn), ook wel bekend als rijsmiddel voor gebak, bakpoeder is ook natrium-bicarbonaat. Daarvan 20 gram en 20 gram zachte zeep (als uitvloeier) op een liter water. Toepassen bij Amerikaanse kruisbessen-meeldauw wanneer de eerste witte plekken zichtbaar worden. Om de 14 dagen herhalen. Mogelijk ook effectief op andere vormen van meeldauw, bijvoorbeeld bij rozen.


Pyrethrum

Pyrethrum is een van de meest effectieve plantaardige bestrijdingsmiddelen. Het is onder andere bruikbaar tegen wittevlieg, luizen, Colrado-kever en preimot. Het heeft een officiële toelating als bestrijdingsmiddel. De toevoeging van synthetisch piperonyl-butoxide is in de biologische landbouw niet toegelaten. Piperonol-butoxide is matig afbreekbaar, vrijwel onschadelijk voor mens en dier maar verdacht van mogelijk kankerverwekkende eigenschappen. Door deze toevoeging wordt de werking verveelvuldigd. In Nederland is Pyrethrum puur helemaal niet verkrijgbaar. Pyrethrum is een kort werkend contactinsekticide. Je moet de insekten ermee raken. Omdat het zo snel wordt afgebroken worden er ook wel anti-oxidanten of plantaardige oliën aan toegevoegd om de werking iets te verlengen. Het is breedwerkend, giftig voor alle insekten en vissen, dus ook voor nuttige insekten en bijen. Werking is optimaal bij een temperatuur van 150C, omdat de insekten meer opnemen wanneer ze aktief zijn. Wanneer het kouder is kun je lauwwarm water gebruiken. Pyrethrum met piperinol-butoxide is in Nederland algemeen verkrijgbaar onder de merknamen; Spruzit® en Luxan-pyrethrum-vloeibaar®. De veiligheidstermijn variëert van 0-2 dagen in Nederland tot 7-21 dagen in Zwitserland.


Waterglas (Natrium- of Kaliumsilikaat)

Weefselversterkend middel bij schimmelziekten, zuigende insekten en als hechtmiddel toegevoegd aan andere middelen. Wordt in Nederland nauwelijks gebruikt, is moeilijk te krijgen en heeft geen officiële toelating als bestrijdingsmiddel. Wanneer we het gebruiken en we hebben de keus kunnen we het beste Kaliumsilicaat gebruiken. Kalium is een belangerijke plantenvoedingsstof en wordt dus helemaal opgenomen terwijl Natrium het zoutgehalte van de bodem doet toenemen. Werking berust op een toename van het kiezelgehalte in de cellen. Gebruik; als hechtmiddel: 0,3-1,0%; als weefselversterkendmiddel: 1-2%, boven 2% kan het bladverbranding veroorzaken. Het waterglas dat voor het inleggen van eieren bij de drogist wordt verkocht is meestal half verdund, dan moet de dosis verdubbeld worden. het is een onschadelijk middel alleen in hoge concentraties is het bijtend omdat het sterk basisch is. Aanslag op brillen verwijderen voordat het opdroogt omdat het anders niet meer lukt, ook de rugspuit dient tijdig schoongespoeld te worden.


Zeep

Gebruikt als uitvloeier en tegen zachte insekten zoals luizen en mijten. Er bestaan veel soorten zeep met een verschillende samenstelling daarom is het moeilijk een algemeen geldend recept te geven. Vaak wordt groene zeep gebruikt als huismiddel. Het middel moet zo weinig mogelijk schuimen en liefst net als waterglas zo veel mogelijk op basis van Kalium zijn gemaakt. Huishoudzepen zijn meestal van Natrium gemaakt maar dat is geen probleem. Kommerciële biologische bestrijdingsmiddelen op basis van zeep zoals Savona® en Plantschoon® worden verdund aangeboden en zijn weinig beter dan gewone zeep, ze zijn dus naar verhouding astronomisch duurder. Zeep is een breedwerkend middel. Het doodt alle zachte insekten, zowel schadelijke als onschadelijke. Volwassen lieveheersbeesten hebben er geen last van, wel hun larven die veel meer luizen eten dan de volwassen exemplaren en oorwormen. bij te hoge concentraties( 1,5-3,0%) kunnen bladverbrandingen optreden. Het is een contactgif. Dat wil zeggen dat je de insekten moet raken met de spuitvloeistof. Op eieren heeft het weinig effekt je moet bespuiting dus herhalen wanneer de eieren uit gaan komen. Als uitvloeier gebruiken we 0,1-0,5% zeep. Voor spuiten tegen luizen maken we een oplossing van 1-3% zeep met 0-5% spiritus. De spiritus zorgt ervoor dat de zeep zich goed verdeeld door het water . Dat is belangerijk om alle insekten goed te raken. In Spruzit® zit al rijkelijk zeep. Pas op met het toevoegen van zeep aan kant- en klare middelen.


Zeewier-extract

Dit wordt gebruikt als groeistimulator wat vooral wanneer de groei van planten stagneert nuttig kan zijn.
De werking berust op aanwezigheid van fyto-hormonen. Dit zijn hormonen die de plant van nature aanmaakt en die een rol spelen bij de groei. Dit zijn Giberilline, Auxinen en Zeatine. Het wordt verondersteld de weerstand te verhogen en productie te verhogen of vervroegen. Het bevat verder sporenelementen die door het blad opgenomen kunnen worden. Werking is aangetoond maar zeer wisselend. Dit wordt veroorzaakt door verschillen in samenstelling en mogelijke aanwezigheid van zouten die de groei weer kunnen remmen. Verder zou het het bodemleven stimuleren. Ook versterkte wortelgroei is in een aantal gevalen aangetoond.

Roger Bastin




Kwekerij, Roger & Linda Bastin, Nieuwenhuysstraat 29, 6336XV Aalbeek Nederland

tel.: 045-5231475, fax: 045-5281405,roger@bastin.nl, e-mail: roger@bastin.nl