thuisontbreekt het linkerframe?
klik hier voor herladen


Bemesting

Door de grond te bemesten zorgen we ervoor dat de plant voldoende bouwstoffen kan opnemen om zich gezond en liefst uitbundig te kunnen ontwikkelen. Feitelijk zit er in de mest die wij geven alleen maar een kleine aanvulling op de bouwstoffen die de plant nodig heeft. Het leeuwendeel van de massa van planten komt uit de lucht en het water. CO2 en H2O zijn de voornaamste bouwstoffen wat massa betreft. Voor de verschillende funkties die de plant uitoefend heeft ze natuurlijk ook andere stoffen nodig in kleinere hoeveelheden.

Bemesting is de finishing touch. Het voornaamst is een goede bodemstructuur en verder een goede vruchtwissling om ziektes te voorkomen. De plant moet zich goed voelen, maar je mag ook geen grove fouten maken bij de dosering van de bemesting.


NPK

Voor de bemesting maken we onderscheid op grond van het wetenschappelijk vastgestelde belang van elementen in de plantenvoeding. Deze kennis vormt de basis voor het succes van de moderne gangbare landbouw. De resultaten worden bij dergelijk onderzoek vrijwel alleen kwantitatief beoordeeld vaak uitsluitend beperkt tot het gewicht van de geoogste delen. Smaak is heel moeilijk kwantitatief te beoordelen. Op grond van dit onderzoek heeft men vastgesteld dat vooral Stikstof (N) de groei stimuleerd en daarnaast ook Kalium (K) en Phosfor (P) belangrijke invloed hebben op de plantengroei.
Meststoffen worden daarom beoordeeld op hun gehalte aan deze elementen. Daarnaast worden ook Magnesium (Mg) en Zwavel (S) van belang geacht en met NPK tot de hoofdelementen gerekend.


Sporenelementen

Belangrijkste daarvan zijn; IJzer (Fe), Mangaan (Mn), Zink (Zn), Borium (B), Molybdeen (Mo), Koper (Cu).

Minder essentieel zijn; Kiezel (Si), Kobalt (Co), Natrium (Na), Chloor (Cl), Jodium (I), Aluminium ( Al).

Door vervuiling kunnen we de elementen Zink (Zn), Lood (Pb), Cadnium (Cd), en Kwik (Hg) niet meer mislopen planten hebben maar heel kleine hoeveelheden hiervan nodig waarin vanzelf ruim wordt voorzien.


N

De lucht die wij inademen bestaat voor 80% uit stikstof (N2). Planten kunnen het in deze vorm niet rechtstreeks opnemen. Stikstof wordt opgenomen in de vorm van NO3- en ook wel als NH4+.In de natuur is er natuurlijk wel een verbinding tussen de luchtstikstof en de stikstof in de grond. Er zijn bacteriën die in symbiose met planten uit de familie van de vlinderbloemigen N2 kunnen omzetten in voor de plant opneembare vorm. Zij vragen in ruil voor hun prestatie suikers van de plant. Deze Rhizobiumbacteriën zitten in uitstulpingen aan de wortels; de wortelknolletjes. Als je ze doorknijpt moeten se donkerroze van kleur zijn, dan zijn ze gezond en actief. Verder zijn er vrij levende stikstof bacteriën in de grond; Azotobacters. Rhizobium bacteriën kunnen 7,5-50 gram N per m2 binden. Bedenk wel dat het gemiddelde van de waarnemingen aan de lage kant ligt. Intensieve teelten vragen 32 gram N / m2. Azotobacters naar schatting 5 gram onder gunstige omstandigheden.

Tekort aan stikstof is makkelijk waar te nemen aan de kleur van het blad. Het blad kleurt dan geel. Sappige groene planten zijn rijk aan stikstof. Stugge bossige planten hebben naar verhouding meer koolstof dus minder stikstof.

De beschikbaarheid van stikstof afkomstig van de vertering van organisch materiaal loopt in het voorjaar in de biologische tuin achter op de plantengroei. Voor die vertering is het bodemleven verantwoordelijk. Dat komt pas op gang wanneer de grond opwarmt. Daardoor kan een biologisch bemeste tuin in het voorjaar wat minder vroeg opbrengst geven dan wanneer je direkt opneembare stikstof toedient.

Het bodemleven verwerkt stikstof met koolstof tot humus in de verhouding C:N = 30:1. Wanneer we nu koolstofrijk materiaal onderwerken wordt alle vrijkomende stikstof onmiddellijk gebruikt voor de humus-vorming. De stikstof die beschikbaar was voor de planten wordt dan vastgelegd in de organische stof in de grond. Dit gaat natuurlijk ten koste van plantengroei.



N-overmaat

Teveel stikstof maakt planten gevoellig voor aantastingen door luizen, aaltjes en schimmels. De celwanden zijn minder sterk. De cellen zijn opgeblazen met water. Planten hebben dan weinig droge stof dus weinig voedingswaarde. Hoge temperaturen lijden tot hogere nitraat opname. Licht speelt een rol bij de omzetting van nitraat tot eiwitten, hoe meer licht, hoe beter de omzetting. Doordat de omzetting onvoldoende is hebben planten die weinig licht krijgen en relatief hoge temperaturen een hoog nitraat gehalte. Nitraat wordt in het lichaam omgezet in giftig nitriet. Vandaar het gevaar van wintergroenten uit gestookte teelten.

In de bodem wordt nitraat bij zuurstof gebrek door bacteriën omgezet in nitriet en spoelt uit of wordt omgezet in N2 dat vervluchtigd. Grond die erg nat is kan weinig zuurstof bevatten. Dit is de oorzaak van stikstof-uitspoeling in de winter.


N-mobiliteit

Stikstof is erg beweeglijk je raakt het gemakkelijk kwijt aan de lucht of het grondwater. Het komt voortdurend in stofkringlopen terecht waarbij het telkens wordt omgezet. Alleen in de vorm van N2 is het inert. Verlies van N is niet alleen slecht voor het millieu maar ook zonde van je belangrijke meststof. Het is heel belangrijk bij het maken van kompost en bij de bemesting zorgvuldig hiermee om te gaan. Van de stikstof die we geven raken we ongeveer de helft weer kwijt door uitspoeling en vervluchtiging.


P

Fosfor komt in de natuur niet voor als zuiver element. Planten nemen fosfor op in de vorm van fosfaten. Er is een voorraad in de bodem die gebonden aan ijzer en aluminium heel stabiel kan zijn. P speelt een rol bij de ontwikkeling van het wortelstelsel, het bevorderd de afrijping (in tegenstelling tot N). P geeft de plant stevigheid.

Fosfaat gebrek geeft de plant een donker uiterlijk en een paarse gloed. Paarse gloed zonder donkerverkleuring kan ook op N-gebrek wijzen.

Bekalking op zure grond zorgt ervoor dat P los wordt gemaakt uit de ijzer- en aluminium fosfaten in de grond. Een pH van 5,5 is het beste voor de beschikbaarheid van fosfaten. Maar voor een goede structuur en optimale bodemaktiviteit moet de pH tussen 6 en 7 liggen afhankelijk van de grondsoort. Organisch gebonden P wordt niet gefixeerd bij een bepaalde pH maar blijft beschikbaar. Wanneer de P is vastgelegd door een hoge pH kunnen o.a. vlinderbloemige en kruisbloemige groenbemesters met de zuren die hun wortels afscheiden P losweken uit de bodem en deze organisch gebonden beschikbaar houden. Dit is een van de functies van groenbemesting.


K

Kalium zorgt voor het transport van onder andere suiker in de plant. Het reguleert de celspanning, de opname van voedingsstoffen. Verder speelt het een rol bij de fotosynthese. Kalium is net als N erg mobiel en spoelt gemakkelijk uit uit de kompost. Met name wanneer de kompost erg nat is raak je K gemakkelijk kwijt. Plantaardig materiaal bevat vrij veel K dus de kans is groot dat er in het uitgangs materiaal van de kompost ruim voldoende K aanwezig is.


Gebrek

Wanneer een plant te weinig suiker bevat kan ze makkelijker bevriezen of verdrogen en is gevoeliger voor ziekten en plagen. Bij fruit blijven de vruchten klein. Groene kleine appeltjes duiden op K-gebrek. Harde tomaten met een groene kraag en een slechte smaak duiden op K-gebrek. Aardappels zijn gevoelliger voor stootblauw. Ze laten zich dan slecht bewaren. Komkommer vertoont groeistoornis. Kool maakt losse kroppen (flodderkool). Je ziet op het blad lichte vlekken in het bladmoes, bij de nerven blijft het blad aanvankelijk groen.


Behoefte

De onttrekking van groenten aan K is vrij hoog. Blad gewassen onttrekken 10-30 gram / m2, tomaat 20 gram. Planten nemen makkelijk K op die in oplossing in het bodemvocht is. Maar... uien , vlinderbloemigen en aardappelen kunnen slecht K onttrekken en reageren daarom goed op een extra K-gift. Op lemige grond hoeft K geen probleem te vormen. De verwering van de bodemdeeltjes levert al een aanzienlijke bijdrage aan de K-behoefte. Alleen aardappel en wortel gewassen vragen extra aandacht.


Bemesting

K zit in alle alle dierlijke meststoffen en ook in plantaardige kompost in voldoende mate. Bijmesten kun je met houtas, Patentkali en gesteentemeel.

Houtas moet afkomstig zijn van een goede verbranding (mooi grijs). De maximale dosis is 150 gram / /m2 per jaar. Patentkali is een product uit de Kalimijnen, het is in gebruik niet strijdig met biologische princiepes maar de winning is erg vervuilend. Voor de scheikundigen; K2SO4 + MgSO4 het bevat 30% K en bovendien Mg en Zwavel. Ook sommige soorten gesteentemeel bevatten een redelijke hoeveeleid K. Van de organisch gebonden mineralen komt het eerste jaar slechts een deel vrij.


Mg

Magnesium zit voor de helft in het bladgroen of chlorofiel. Tekort wordt meestal veroorzaakt door een overmaat aan K en uit zich net als bij K in lichte plekjes op het blad. Teveel Mg levert geen problemen op. Magnesium zit in Dolokal. Andere Mg meststoffen zijn Bitterzout, Kiezeriet en sommige gesteentemelen.


Ca

Calcium geven we in de vorm van kalk om de pH te reguleren daarbij komt er voldoende Ca in de bodem om in de behoefte van de planten te voorzien.

Bij Ca gebrek rotten de groeipunten van de wortels weg. Neusrot bij de tomaat en stip bij appel zij een gevolg van Ca gebrek. Ca gebrek kan ook worden veroorzaakt door een overmaat K of slechte wortels waardoor het slecht wordt opgenomen.

Kalk vormt ammoniak met nitraat waardoor het vervluchtigd (NH3). Daarom moeten we kalk en stikstof nooit tegelijk geven. Kalkbemesting vindt het beste plaats in het najaar. Stikstofbemesting in het voorjaar. In ieder geval moeten we ervoor zorgen dat ze niet direkt met elkaar in aanraking komen.


Zuurbindende waarde

De werking van een kalkmeststof wordt uitgedrukt ik de zuurbindende waarde. In mergelgelkalk zit CaCO3 deze 100 kg heeft een zbw van 56. De zbw van pure kalk, 100 kg CaO is op 100 gesteld. Voor mergelkalk is de zbw ongeveer 50. Wanneer je de grond laat bemonsteren krijg je een bekalkingsadvies in kg zbw per are. Op klei grond heb je 30-40 kg zbw per 100m2 nodig om de pH met een punt omhoog te brengen. Op zandgrond is dat veel minder afhankelijk van het humusgehalte. Hoe meer humus hoe meer kg zbw je nodig hebt. Je kunt de pH wanneer die veel te laag is niet in een jaar op peil brengen. Het maximum is ongeveer 20 kg zbw / 100 m2. Dat is bij een zbw van 50 maximaal 400 gram dolokal per m2.Een normale voorraad bemesting is ongeveer 60 gram / m2, of 6 kg per are.


Si

Kiezel heeft geen status als meststof. Toch is het een uit biologisch oogpunt interressante stof. Het geeft de planten kracht en weerstand. Het celweefsel wordt versterkt door Si opname en zo wordt de weerstand tegen schimmels verhoogd. In BD gaat men er verder van uit dat de werking niet alleen materieel maar ook door de uitstraling van de kiezel kan worden veroorzaakt.

Ik denk zelf dat het bodemleven kan worden gestimuleerd met redelijk opneembare kiezel. Wij hebben toevallig hier in de buurt de mogelijkheid hiermee te experimenteren. Bij de Sigrano wordt zilverzand zeer fijn gemalen onder andere voor verewerking tot tandpasta. Dit is 98% SiO2. Ik heb een paar zakken gebruikt in mijn tuin. En ik denk verschil gezien te hebben tussen behandeld en onbehandeld maar ik heb geen grondig onderzoek gedaan.

Overigens kan er ook een verklaring liggen in het feit dat Si overmaat P vrijmaakt en P-niveau is op mijn tuin laag.


Antagonismen

De verschillende stoffen in de bemesting werken elkaar soms tegen. Enkele oorzaken en gevolgen:

Teveel..... —> Te weinig.....

N..... —> wortelontwikkeling en daardoor minder opname van water en alle andere stoffen.
P..... —> Zn, Cu, Fe Mn in de plant
K..... —> Ca, Mg
Mn..... —> Cu


Kompost

Bij verkompostering wordt organisch afval ontleedt en omgezet tot een stabiele substantie, waarmee we het humus gehalte in de bodem kunnen opvoeren en bemesten. Meestal worden daarvoor hopen opgezet


Oppervlakte kompostering

Een andere methode is oppervlakte compostering. De oogstresten worden op het land achtergelaten en liefst fijngemaakt. Men kan ook mest uitbrengen of plantaardig materiaal op de tuin en daar laten verkomposteren. Het grote voordeel daarvan is dat het bodemleven wordt gestimuleerd. In dierlijke mest zitten bacteriën die goed zijn voor de bodemflora. Bij de vertering komt CO2 vrij dat de planten kunnen opnemen en hun groei stimuleerd.

We hebben echter geen controle op het verottingsstadium op het moment dat we weer gaan zaaien of planten. Enkele soorten verdragen onverteerd organisch materiaal heel goed andere zijn er heel gevoellig voor.

Een ideale mest-mulch voor oppervlakte kompostering is paardemest. Er zit vaak veel stro bij waardoor de bodem goed bedekt blijft. Deze is goed te gebruiken bij bijvoorbeeld aardappels, pompoen, courgette, tomaat prei en kolen, maar mag zeker niet worden gebruikt bij wortel en sla.

Een ander nadeel is het gevaar, bij oogtresten dat ziektekiemen die niet worden opgeruimd voor nieuwe besmetting kunnen zorgen.


Komposthoop

Een veilig alternatief voor de natuurlijke weg is het komposteren op hopen. Daardoor blijft de grond vrij voor teelten die eventueel moeite zouden kunnen hebben met grote hoeveelheden organisch materiaal. De mestbehoeft kan worden aangepast aan de behoefte van de gewassen en op een optimaal moment worden toegepast.

Wanneer we plantaardig materiaal verkomposteren krijgen we de voedingsstoffen in een ideale verhouding tot elkaar. Maar de concentraties zijn heel laag. We hebben dus grote hoeveelheden nodig. Voor bemestingsdoeleinden wordt kompost dan ook meestal verrijkt met dierlijke mest. Het dier neemt uit de voeding wat het nodig heeft. Het plantaardig voer wordt verteerd door de bacteriën in de koeiemaag. De darmflora van de koe lijkt sterk op de bodemflora. Maar de mest bevat naar verhouding vrij veel kalium. Dierlijke mest verteerd snel en kan daarom ook in het najaar, of vroeg in het voorjaar, in de grond worden gewerkt. Een probleem is de uitspoeling tijdens de winter. Met name stikstof en kalium spoelen gemakkelijk uit. Dat gebeurt ook in de komposthoop maar daar kun je het eventueel controleren door de hoop af te dekken. Voor de gezondheid van de gewassen is het gebruik van kompost duidelijk veiliger.

Uit onderzoek is gebleken dat de komposthopen van moestuinders meestal heel arm zijn en grotendeels zand bevatten en veel onkruidzaden. Dit wordt veroorzaakt door het gebruik van de kompost als dumpplaats voor gewiedde onkruiden. De planten zijn voor een groot deel water dat verdwijnt maar aan de wortels zit veel grond die niet verteerd.

Uitspoeling en denitrificatie uit de komposthoop van kalium en stikstof zijn substantieel (ongeveer 35%). Dit kan worden voorkomen door een optimale verhouding tussen lucht en vocht te handhaven. Om te beginnen moet daar bij de materialen waaruit een hoop wordt opgebouwd rekening mee worden gehouden. Erg waterige materialen zoals vers blad, keukenafval en vers gras moeten worden vermengd met ruwer materiaal zoals stro of stugge brandnetels.

Bij keukenafval, met name etensresten, moeten we er rekening mee houden dat er niet teveel zout in zit. Zout wordt door de vertering van het organisch materiaal geconcentreerd en vormt dan een probleem voor het leven in de hoop, in de grond en voor de planten. Voor etensresten moeten we een beetje oppassen wanneer er gevaar is dat er ratten aan worden getrokken. Het kan helpen om het meteen een beetje onder verteerd materiaal te scheppen. Bananenschillen en citrus schillen bevatten welliswaar waarschijnlijk residuen van bestrijdingsmiddelen. Maar ik vindt het een beetje hypokriet om het dan maar weg te gooien. Bovendien is de komposthoop de beste plaats om dergelijke stoffen af te breken. Een komposthoop heeft een stabiel evenwicht dat veel kan incasseren. Aardappelschillen zijn prima en koffie drab is de beste grondstof voor kompost, wormen zijn er dol op. Een andere lekkernij voor wormen is uien afval, dat is hun lievelings kostje.

Er wordt ook vaak kalk aanbevolen voor versnelling van de verkompostering. Dit klopt het resultaat is verbluffend, een nadeel daarvan is dat de kalk ook stikstof vluchtig maakt waardoor een deel van de stikstof verloren gaat. Met kalk dus oppassen. Je hebt al snel prachtige kompost zonder bemestingswaarde. Een kleine hoeveelheid kalk is prima. Op die manier geef je ook de grond op een goede manier de voorraad bemesting voor kalk.

As is een concentratie van de zouten uit het hout ook dit is weer nadelig voor de kompostdiertjes. Het kan beter direkt op de tuin worden uitgestrooid. Bevat het veel zwarte roet of slecht verbrandde stukjes, dan is het chemisch afval. Bij slechte verbranding worden Pak’s gevormd.

Het maken van kompost lijkt een beetje op koken. Het werkt ook het beste wanneer je de ingrediënten klaar hebt liggen om de hoop laag voor laag op te bouwen. Wanneer je geen regelmatige aanvoer hebt kun je wacht hopen maken waar je de materialen in verzameld om daar later een verantwoorde hoop mee op te zetten. Er komt hetzelfde gevoel voor raffinesse aan te pas om een hoop goed op te bouwen als bij koken. Het is goed om ervaring op te doen je moet weten wat de waarde van verschillende materialen is.


Rekenvoorbeelden

In Aken is al jaren een grote verkomposteringsplaats waar organisch afval van o.a. de plantsoenendienst op grote schaal wordt verkomposteerd. Doordat er op grote schaal wordt gewerkt kunnen er ideale omstandigheden worden gecreëerd. De grote hopen warmen goed op. Dergelijke omstandigheden zijn er ook in Wijster bij de VAM. Het verschil Tussen VAM en Akense kompost is het hoge gehalte aan zware metalen in de Akense en de hogere gehaltes NPK en drogestof in VAM-kompost. De kompostgift van 7 kg / m2 is gebaseerd op advies van de Kemphaan.


Akense kompost 7kg per m2 bevat 43,5% drogestof = ± 4kg d.s. / m2 deze bevat:


N P K

0,8 1,4 1,4 % van de d.s.

32 56 56 gram / m2



VAM GFT kompost bij 7 kg / m2 met 70% d.s. = 4,9 kg d.s. / m2, bevat:

N P K

0,72 0,35 0,52 % van de d.s.

35,3 17,5 25,5 gram / m2



Ter vergelijking de behoefte van enkele gewassen in grammen / m2:

N P K

Andijvie 6-9 4-8 9-16
Spinazie 15-20 7-11 20-30
Bloemkool 15-20 7-11 20-30
Tomaat 13-18 7-10 20-25


Van deze groenten is de gemiddelde onttrekking:

N P K

14,5 7,75 14,9


De verhoudings getallen kunnen we met elkaar vergelijken:

Onttrekking 1 0,52 1
‘Akense’ 1 1,75 1,75
VAM 1 0,50 0,72

Je ziet dus dat je om aan de stikstof behoefte te voldoen van “Akense” teveel P en K geeft.Hier moet je N-meststoffen bij gebruiken. “VAM” heeft een tekort aan K met name voor de veeleisende gewassen.

Om precies de onttrekking terug te geven is een veilige benadering. Voor maximale opbrengsten kun je wel je wel twee keer de stikstofbehoefte geven. De landelijke norm voor organische bemesting is gebaseerd op het Fosfaat gehalte maximaal (125 kg per ha). De reden hiervoor is de stabiliteit en aantoonbaarheid van fosfaat. Maar het gaat eigenlijk erom de stikstof overschotten terug te brengen. Deze norm brengt biologische boeren in de problemen omdat zij om genoeg N tegeven extra P meegeven.

In het voorbeeld hierboven moet je om aan de N-behoefte te voldoen al minimaal 1,75 maal de P-behoefte geven van ‘Akense’. Aken is blijkbaar niet erg zuinig op de stikstof er lijkt veel verloren te gaan bij de verkompostering.

Moest je met VAM GFT bemesten en voldoende N willen geven dan zou je van de overheid officiëel maximaal 125 kg / 10.000 m2 of 125 gr / 10 m2 = 12,5 gr / m2 mogen geven. Dat komt neer op 5 kg kompost / m2 met daarin 25,2 gram N en 18,2 gram K. Je geeft dan voldoende N P en K. Eventueel kun je met kleine hoeveelheden N of K aanvullen voor bepaalde gewassen


Eigen kompost

Het is heel moeilijk om een indikatie te geven voor de gehaltes van zelfgemaakte kompost. Je moet het volgende dus met een korreltje zout nemen en het echt serieuze rekenwerk alleen toepassen op bemonsterde hopen. Maar het beeld is als volgt;

Tuinkompost 60% droge stof dus 7 kg bevat 4,2 kg d.s. Deze passen we weer toe per m2


N P K

normaal 0,4 0,2 0,3 % van de d.s.
16,8 8,4 12,6 gram / m2
maximaal 42 42 42 gram / m2

Het maximum tref je alleen aan in hele goede hopen. “Normaal” geeft het advies om 7 kg per /m2 te gebruiken een heel goede basis. Hiermee kun je goed werken wanneer je over deze kompost beschikt. Bedenk wel dat 7 kg per m2 aardig wat organisch afval is het massa verlies bij verkompostering is ± 45%.


Toevoegingen

Je kunt in de kompost-keuken behalve het organisch afval dat zich aanbiedt een aantal bewuste aanvullingen gebruiken:

Kalk teveel geeft verbranding van N en organisch materiaal, oppassen hiermee
Turf tegen het einde wanneer je turf over hebt maar speciaal kopen is onzin
Aarde voor heel luchtige hopen en om heftige processen wat af te remmen, weinig nut
Suikerwater zorgt voor N-behoud en voedt het bacterieleven, werkt, maar te duur
Gier prima om vocht en N in de hoop te brengen, ook brandnetelgier
Gesteentemeel maakt goede humus-vorming mogelijk en brengt sporenelementen
Kleimeel vergelijkbaar met gesteentemeel
Preparaten de temperaturen lager maar langer, daardoor minder verlies van org. stof (zie BD)
Zeewier levert mineralen, N en hormonen, bij overmaat zijn groeistoornissen mogelijk
Rijpe kompost als entstof, is niet nodig op een plaats waar al jaren goede kompost is gemaakt
Starter kan een keer zinvol zijn om het goede millieu te creëren
Wormen moeten mestwormen zijn, die krijg je door te enten uit een doorwormde hoop


Stalmest

Al dan niet verkomposteerde koemest uit de grupstal is de traditionele bemesting voor de moestuin. Helaas is deze mest steeds moeilijker te krijgen. Vaak wordt paaredemest gebruikt als vervanging. Deze is heel verschillend van koemest. We kunnen een soort indeling naar warmtewerking maken en dat duidt dan ook op de snelheid waarmee de mest verteerd.

Warm <-------------------------------> Koud

paard schaap kip koe varken

Verse stalmest wordt net als jonge kompost snel verteerd in de bodem. Wanneer je mest verkomposteeerd treden er verliezen op van organische stof en N en K (±35%). Maar de organische stof die je overhoudt is hoogwaardiger en bij vers uitrijden verlies je ook organische stof. In de komposthoop kun je het verlies van N en K kontroleren. Je moet er voor waken dat er een hele oude totaal verteerde kompost ontstaat. Er moet nog leven in de hoop zitten. Kompost is op z’n best in het stadium voordat wormen de hoop gaan koloniseren. Wormen maken er stabiele humus van. Dat is erg goed voor de bodem maar weinig groeibevorderend meer.

Paardemest bevat vaak veel stro omdat paarden een luxe leven lijden en mooi schoon moeten blijven. Wanneer je hier een hoop van opzet zie je dat deze snel warm wordt en heftig verteerd. Daarbij gaat veel verloren. Beter is het deze verkompostering te te sturen door er wat vers plantaardig materiaal aan toe te voegen, bijvoorbeeld gras in ieder geval moet je ervoor zorgen dat de hoop niet opdroogt. Op zware grond kun je paardemest best vers onderwerken, als er maar geen houtsnippers of ander koolstofrijk materiaal bij zit. Je kunt de paardemest ook prima gebruiken als mulch bij pompoen, courgette, aardappel of tomaat. Voor fruitbomen met name steenvruchten is verse paardemest niet aan te raden. Beter is rijpe kompost met eventueel een deel paardemest, rijpe stalmestkompost of een gedoseerde samengestelde handelsmeststof.


Werkingscoëfficient

Van de organisch gebonden mineralen komt het eerste jaar slechts een deel vrij. We vergelijken de werking van de mineralen in de mest met de werking van kunstmest. Kunstmest kan meteen volledig worden opgenomen door de planten. Daarom heeft kunstmest een coëfficient van 1 (een kg geeft het effect van 1 kg). Voor stalmest is de werkingscoëfficient 0,5. Dat betekent dat stalmest met 10 kg N even veel effect heeft als 5 kg N uit kunstmest. Voor rijke organische handelsmeststoffen zal de coëfficient rond de 0,7 liggen. Bij toepassing in het najaar ligt de werkingscoëfficient lager omdat er tijdens de winter veel verloren gaat.



Organische handelsmeststoffen

Een andere mogelijkheid is het gebruik van kompost alleen voor de humus opbouw, gekombineerd met het gebruik van mengmeststoffen die in de handel verkrijgbaar zijn. Er zijn verschillende merken van verschillende samenstellingen. De hoge N-waardes worden bereikt door gebruik van slacht afval zoals bloed-, hoorn- en beendermeel. Ik vindt dit niet zulke sympathieke produkten. Maar je kunt ze ook los kopen en gebruiken als aanvulling op je kompost. Door het mengen van de verschillende grondstoffen wordt een meststof gemaakt met goede verhoudingen. Dit wordt uitgedrukt in een getallenreeks voor percentages N-P-K (-Mg) van het produkt, zoals bijvoorbeeld:

Meststof Inhoud Producent

Culterra 10-4-6 Culterra b.v.
Viano (beroeps) 7-5-8 (-3) Terracon b.v.
Terra-Fertiel (plantaardig) 6,5-2,7-2,7 (-0,74) Terracon b.v.
Biosmo 6-5-7 (-4) T.N.H. Grent b.v.
Europlant 9-2-5 Europlant b.v.

De verhoudingen zijn zoals je ziet afgestemd op de behoefte van groente gewassen. Bij Bio vegetal ligt de nadruk een beetje op N. Terra-Fertiel bevat sporen van verschillende bacterie-stammen, (straal)schimmels en enzymen. Daarbij zitten composteringsbacteriën die cellulose en lignine verteren en actiniomyceten (straalschimmels) die de weerstand van de plant tegen o.a. schimmelziektes kan verhogen. Dat de vertering van organische stof in de bodem wordt gestimuleerd is in het voorjaar heel nuttig. Terra-Fertiel is een mest die goed is afgestemd op de kombinatie met kompost omdat het N aanvult en de werking van kompost versterkt.

Culterra is gemakkelijk te krijgen bij de boerenbond het bevat echter een verrijking van 4% ureumstikstof (kunstmest). Het werkt heel erg drijvend en je geeft er snel teveel van.

Adressen van andere leveranciers komen aan het eind. Grent b.v. is een groothandel die vrijwel alle biologische middelen levert en daarvan een catalogus uitgeeft.

Het advies van de Kemphaan 7kg VAM / m2 is redlijk afgestemd op de gemiddelde behoefte. Hoewel het waarschijnlijk was gebaseerd op een andere samenstelling VAM kompost. De Kemphaan adviseerde verder om 1-2 gram N / m2 uit aanvullende meststoffen te gebruiken voor de veeleisende gewassen.

Nemen we 2 gram N uit Viano, dan krijgen we volgens de verhouding:


N P K

2 1,4 2,3

Dit zit in 30 gram produkt wat dan de extra dosis per m2 wordt. Advies van de leverancier is voor bladgewassen 150 gram per m2. Dat komt neer op een dosis van 10,5 gram N.



Brandnetelgier

Een andere mogelijkheid om bij te bemesten met name voor stikstof is het maken van plantaardige gieren. De bekendste is brandnetel-gier, maar ook Smeerwortel-gier vindt toepassing. Voor gewassen die regelmatige bemesting op prijs stellen zoals komkommers, courgettes, kool, pompoen, tomaat en paprika kunnen we gier maken. De gier wordt verdund aan de voet van de plant gegoten. Normaal is de verdunning 1:10, maar hele oude gier kun je beter 1:20 verdunnen. Wanneer je het rekenvoorbeeld van hierboven met gier op wilt lossen moet je volgens Ekoland (9e jaarg. nr.5) 3-6 liter onverdunde oude gier per vierkante meter geven. Men gaat daarbij uit van 335 mg N / liter.
Het duizendblad kwam in nov. ‘89 op hetzelfde. Ook Zweeds laboratorium onderzoek leverde dergelijke getallen op.

Als we 1:10 verdunnen kan ik dus adviseren 30-60 liter verdund per m2 te geven dat zijn 6-12 gieters per m2 per jaar. Dat is wel een hoop gesleep. Ga je ervan uit dat het hoofdseizoen van mei tot september loopt zou je je kunnen voornemen om elke twee weken een gieter per m2 te geven bij de genoemde gewassen. Doe dit alleen bij de gewassen die het echt goed kunnen gebruiken.

Behalve de feitelijke inhoud heeft brandnetel gewoon een goede invloed op de processen in de bodem (o.a. in verband met de humusvorming) en het bodemleven.

Verder kun je brandnetelgier ook toevoegen aan spuitvloeistoffen. Het blad neemt de stikstof heel makkelijk op. Wanneer je bijvoorbeeld tegen luizen spuit is het goed wanneer de plant behalve bestrijding ook een groeiimpuls krijgt om zichzelf te kunnen herstellen.


Algenextract

Algenextract werkt als groeistimulator maar niet doordat er zoveel meststoffen in zitten. Deze werking berust op de plantenhormonen die celdeling en strekking stimuleren. En de groeibevorderende werking verklaren. Daarnaast zitten er redelijk wat sporenelementen in algensap. Wanneer een plant tekorten heeft aan sporenelementen kan het spuiten van verdund algenextract heel heilzaam werken. Over het algemeen is algen extract beter op zijn plaats in de plantengezondheidskunde dan bij de bemesting.



Groenbemesting

Groenbemesters zijn gewassen die worden gezaaid als bodemverbeteraars, we verwachten er dus geen oogst van.


Functie

De functie van groenbemesting is het vermeerderen van de organische stof in de bodem. Je voegt dus feitelijk geen voeding toe aan de aarde maar je maakt de aarde wel geschikter om een buffer aan voedingsstoffen op te slaan. Planten nemen CO2 op uit de lucht, dat doen alle planten, dus hoeven ze niet op groenbemesters te wachten om dat voor hen te doen. Met de oogst van groente wordt samen met de elementaire voedingstoffen ook een deel van de in die plant opgebouwde CO2 afgevoerd die een rol had kunnen spelen bij de humus opbouw, overigens blijft er telkens nog een groot deel achter in de niet geoogste plantrendelen zoals wortels. Van deze extra CO2 kan dus humus worden gemaakt in de bodem of op de komposthoop. Humus kan als een soort spons werken voor voedingstoffen.



Werking

Verder is het zo dat een groenbemester in de winter voedingsstoffen opneemt die voor een deel anders uit zouden spoelen naar diepe bodemlagen waar de wortels van de groenteplanten het niet meer terug kunnen halen. Wanneer een groentegewas rijk bemest is geweest blijft er na de oogst ook relatief veel voeding achter daar kan de groenbemester van profiteren want een groenbemestingsgewas gebruikt ook voedingsstoffen. Wat in de groenbemester is opgenomen kan in de herfst niet uitspoelen. In de gangbare landbouw wordt een lichte mestgift aanbevolen om het gewas goed aan de groei te krijgen. Je loopt zo wel het risiko toch weer meer uitspoeling te veroorzaken vooral als je deze bemesting erg laat in het jaar geeft. Maar wanneer je op heel slechte grond werkt is het wel aan te raden je groenbemesting serieus te nemen en door een kleine mestgift ervoor te zorgen dat het een mooi gewas wordt met een goede opbrengst aan organische stof.


Bloei

Groenbemesters mogen niet tot bloei komen. Wanneer de planten bloeien worden ze taai en moeilijk verteerbaar het omvormen van deze taaie stengels tot humus gaat te langzaam en in plaats van in het voorjaar voedingsstoffen vrij te geven blokkeert de groenbemester die afgifte juist. Het verteren van ruwe stengels tot humus kost stikstof in plaats van het op te leveren wat de bedoeling was. het is daarom van belang een goed zaai-moment te kiezen voor de groenbemesting. Bij te vroeg zaaien kan mosterd of phacelia nog voor de winter gaan bloeien wat niet de bedoeling is. Zaaien we te laat dan heeft het weinig zin meer. In het najaar telt elke dag omdat de temperatuur en het licht afnemen. In het voorjaar maakt het minder verschil of we iets vroeger of later zaaien omdat de groei omstandigheden elke dag beter worden en later gezaaide gewassen dus eerder gezaaide in kunnen halen.


Winterhardheid

Wanneer we in het voorjaar de grond weer willen gebruiken is het belangrijk dat de groenbesting tegen die tijd helemaal verteerd is. We kiezen daarom voor groenbemesters die niet alleen in de vruchtwisseling passen maar ook nog doodvriezen in de winter. Dat zijn: wikke, spurrie, boekweit, mosterd en alexandrijnse-klaver.


Onkruid

Belangrijk is verder dat we erop letten dat groenbemesting geen schuilplaats biedt aan lastige onkruiden. Wanneer het nog te vroeg is om te zaaien kunnen we de grond nog enige tijd braak laten liggen dan krijgt het onkruid een kans om te kiemen en kunnen we door af en toe te schoffelen veel onkruidzaad kwijtraken. Wanneer de grond echt veel zaad bevat is het beter uitsluitend te braken dus geen groenbemester meer te zaaien. Een goede groenbemester maakt veel bladmassa en bedekt de bodem volledig, waardoor onkruiden geen kans krijgen. Dat geldt voor: phacelia, mosterd en grassen.
Roger Bastin




Kwekerij, Roger & Linda Bastin, Nieuwenhuysstraat 29, 6336XV Aalbeek Nederland

tel.: 045-5231475, fax: 045-5281405,roger@bastin.nl, e-mail: roger@bastin.nl