|
eerder verkort gepubliceerd in Groei en Bloei, juni 1998 (herzien 25-1-2000)
ontbreekt het linkerframe?
foto: verschillende lavendels in een veld 
Sinds 1997 bestaan in Nederland net als in de ons omringende landen nationale collecties, een intiatief van de Koninklijke Vereniging voor Boskoopse Culturen. Dit artikel is geschreven door de houder van de Nederlandse Plantencollectie voor lavendel. Behalve Lavandula heeft onze kwekerij de Nederlandse Plantencollecties voor Rosmarinus, Salvia, Santolina en Thymus. De Lavendel-collectie bevat ongeveer 125 verschillende lavendels.

Wanneer ik over het smalle pad naar ons huis loop omarmen mijn lavendel vrienden die in borders langs het pad staan me met hun zoete geur. Er staan ongeveer 50 lavendels zo doorelkaar dat de verschillen zo groot mogelijk zijn want onderling kunnen die soms heel subtiel zijn. Toch zijn de meeste me dierbaar, ze hebben allemaal wat, al zijn het alleen maar de namen: ‘Cedar Blue’ en ‘Lullingstone Castle’ kunnen rentenieren op hun naam. Maar ze hebben ook nog hun elegantie. Bekend maakt bemind zou je kunnen zeggen. Wanneer je eenmaal kennis hebt gemaakt met een nieuwe cultivar, soms gevonden tijdends een eindeloze queeste, blijft die eerste scherpe blik altijd meespelen, die in een oogopslag onthulde wat de typische kenmerken zijn. Even zo vaak voegt de nieuwe aanwinst niets toe en blijf je je afvragen of je wel iets nieuws hebt gevonden tot je hoort dat het vlekje in het bloemetje de doorslag geeft bij de determinatie van L. multifida en L. maroccana.
foto: Lavandula angustifolia 
Vaak krijgen we bij tuincentra en kwekerijen de keus uit verschillende cultivars van lavendel zoals ‘Grappenhall’, ‘Hidcote’ en Munstead’ maar ook ‘Papilion’, ‘Alba’ en ‘Rosea’ zien we steeds meer. Kiezen is moeilijk. Gelukkig weten veel mensen dat de belangrijkste opties, grote en kleine planten en lichte en donkere aren zijn. De standplaats speelt geen rol bij die keuze , die dicteert de plant zelf: zon en droog. Rijkbloeiende compacte heuveltjes ontstaan alleen onder die voorwaarde. De kleur wordt intensiever naarmate de planten meer zon krijgen. In het donker of bij te veel bemesting wordt de plant slap en zakt in elkaar. De grond mag vooral ‘s winters niet te nat zijn. Zware grond kan eventueel met scherp zand gedraineerd worden. Joan Head, houdster van een van de nationale lavendel collecties in Engeland heeft haar meest zeldzame en gevoelige lavendels uitgeplant op de puinhopen van de schuurtjes en stallen die vroeger rondom haar huis stonden. In dergelijke arme omstandigheden kunnen planten veel meer vorst en regen verdragen dan in een rijke vette border.
Bij het snoeien moeten we rekening houden met de winter. Lavendel loopt over het algemeen weinig uit op kale houtige takken. Het is daarom belangrijk vanaf het begin door regelmatig snoeien zoveel mogelijk vertakking aan de basis te bewerken. Het beste is twee keer per jaar. De hoofdsnoei vindt dan plaats eind maart. Wanneer de strengste vorst voorbij is nemen we de plant ongeveer 1/3 terug. Direkt na de bloei, in augustus, knippen we de plant slechts weinig terug, alleen de bloemstelen en de stengeltopjes Dat moet vroeg gebeuren want het is de bedoeling dat de plant nog wat groeit vóór de winter. Wanneer u daarvoor te laat bent, knip dan alleen de dorre bloemstelen weg en wacht verder tot de voorjaarssnoei.
In de Nederlandse tuinen zien we vooral cultivars van Lavandula angustifolia en Lavandula x intermedia. De laatste is een kruising van L. angustifolia met L. latifolia. L. latifolia is de wilde lavendel die in Frankrijk to 600m hoogte voorkomt. L. angustifolia groeit vanaf 600 tot circa 1000 m hoogte. De kruising komt van nature soms voor op het grensgebied van de populaties. Omdat deze geen zaad zet is dat nooit veel.
Het is in het Franse Lavendelgebied in de winter vaak veel kouder dan bij ons. De bergen hier zijn uitlopers van de Alpen. Dit verklaard de goede winterhardheid van L. angustifolia en L. x intermedia.
Het lijkt wel of deze spichtige Lavandula latifolia alleen maar bloeistengels maakt die nooit af komen. De bloei is bleek en weinig opvallend, geur ook niet uitgesproken indrukwekkend. De plant is vooral botanisch van betekenis als ouder van de belangrijke intermedia hybrides. De echte lavendel is L. angustifolia, deze geeft de beste kwaliteit etherische olie.
Op de lavendelvelden in zuid-Frankrijk zult u echte lavendel vrijwel nooit tegen komen. Daar worden L. x intermedia hybrides gekweekt omdat ze meer olie opbrengst per hektare geven. Deze hybrides noemt men in Frankrijk lavandin, lavande is de gewone lavendel. Net als eskimo’s verschillende woorden voor sneeuw hebben, hebben de Fransen verschillende termen voor Lavendel. Om de verwarring kompleet te maken zijn ook de oude namen; L. spica L. vera en L. officinalis die tot het begin van deze eeuw door elkaaar werden gebruikt nog steeds in omloop. Soms worden ze alleen maar aan de nieuwe naam geplakt zoals bij L. angustifolia ‘Vera’.
Lavendel is niet gemakkelijk met andere planten te combineren. Daarom worden ze vaak in grote groepen bijelkaar gezet of als heggetjes langs paden geplant. Het probleem is dat lavendel veel meer van zon en droogte houdt dan de meeste andere tuinplanten. Lavendel met Santolina , in Engeland cottonlavender genoemd, kan wat dat betreft prima. Het contrast van de blauwe lavendelbloemen met de gele bloemen van Santolina is groot maar wordt gecompenseerd door het grijze blad. Bij rozen wordt vaak lavendel geplant omdat de lavendel de luizen van de rozen weert. De kleuren van lavendel combineren meestal goed met rozen. De grote mestbehoefte van de rozen is echter niet ideaal voor de lavendel. Rosa ‘Lavender Dream’ is niet lavendelblauw maar het roze van deze kleinbloemkige roos combineert fantastisch met het grijs en blauw van lavendel. Misschien een leuk idee is het om de kleur van een lavendel cultivar te ‘dubbelen’ in een heel ander soort plant, zoals Viola cornuta ‘Belmont Blue’ met ‘Munstead’ of ‘Folgate’. Een mysterieuze combinatie is lavendel met de bijna zwarte Viola ‘Molly Sanderson’. Bij deze combinaties moeten we wel oppassen dat de lavendel niet wordt gesmoord in het blad van de violen. Lavendel blijft dan te lang vochtig en krijgt last van schimmel . Het blauw, roze of wit van lavendel doet het ook goed bij het roodachtige van Origanums zoals ‘Rosenkuppel’. Mijn persoonljke voorkeur is om het koude blauw van Lavendel op te warmen met het terracotta-oranje van Agastache ‘Firebird’ of Verbascum ‘Helen Johnson’. Ook combinaties met Euphorbia, Hemerocallis en Iris kunnen heel succesvol zijn.
terug naar de top

foto: Lavandula angustifolia 'Hidcote', Lavandula angustifolia 'Nana Alba'
Lavandula angustifolia
Echte lavendel bloeit al vanaf juni, sommige cultivars kunnen herbloeien andere bloeien rijker in een kortere periode. Cultivars van L. angustifolia zijn er in verschillende kleuren.
Mooie donker-violette cultivars van Lavandula angustifolia zijn:
‘Hidcote’ de meest gevraagde vooral vanwege de donkere aren en de compacte groei. Zowel bloemen als calyx zijn zeer donker. De plant is bloeiend ongeveer 35 cm hoog, zeer geschikt voor kleine heggetjes. Volgens velen de mooist bloeiende compacte en donkere selektie van L. angustifolia. De bloemen houden hun kleur ook na drogen. Gevonden door Major Lawrence Johnston (1871-1911) in 'Hidcote Manor', Gloucestershire, Engeland. Vorig jaar kwamen we terug uit Engeland met een plant die door Susyn Andrews van Kew was gedetermineerd als ‘true’ 'Hidcote Blue'. Deze zullen we als referentieplant inzetten.
‘Imperial Gem’ lijkt op ‘Hidcote’ maar is iets hoger en heeft meer vertakkende bloemstengels.
‘Lady’ Het enige zaadvaste ras onder de echte lavendels. Vreemd genoeg kunnen de planten al het eerste jaar uit zaad bloeien. Bovendien bloeien ze door tot de winter. De bloemen zitten in korte bolle aartjes, niet echt mooi. De geur is echter subliem en heel sterk, het is de meest aromatische angustifolia die ik ken. De winterhardheid is niet echt voldoende gebleken tot nu toe. De kleine planten hebben veel te lijden van onze vochtige winters.
'Dwarf Blue' Onstaan voor 1911, vrij donker van bloem, laag maar niet erg compact. Betrouwbaar standaardras met weinig opvallende kenmerken.
'Twickel Purple' De uit Engeland afkomstige kloon die we op het moment vermeerderen onder deze naam lijkt op ‘Royal Purple’. Het is een mooie kloon, sinds kort zelfs een prijswinnaar! De originele werd als volgt beschreven: breed bossig maar toch compact groeiend, relatief breed blad, soms rood aangelopen in de winter, aren lang en fijn, 40 cm hoog met donker-violette bloemen. Het is een cultivar van voor 1922. Deze kreeg in 1961 al een AGM. 'Twickel Purple' is een van onze nationale bijdragen aan het assortiment afkomstig van kasteel Twikkel in Delden. Sinds deze variëteit onlangs bij een RHS proef opnieuw een Award of Garden Merit kreeg is men in Engeland serieus op zoek naar deze cultivar. Ik kreeg een brief van Kew, of we maar naar origineel materiaal willen uitkijken. Waar is in Nederland nog een plek waar dit soort nationale erfenis in ere wordt gehouden? Voor suggesties hou ik me aanbevolen.
De nieuwste (of minder bekende) veelbelovende donkere angustifolia cultivars:
‘Bleue Velours Charles’ Introductie van Catherine Couttolenc van Jardin des Lavandes in Sault (Karel is haar zoon), 'striking' vanwege de tweekleurigheid in de poezelige aar: donkere calyx en lichte bloemen.
'Fring Favourite' Donkere bloemen middenhoog.
‘Royal Purple’ Elegante zeer lange en donkere bloeiaren, geschikt voor culinaire toepassingen.
Tussen donker en licht van kleur:
'Irene Doyle' Elegante groeiwijze, grote aansprekende bloemen. Staat ook wel bekend als de two seasons lavender. Geïntroduceerd door Thomas De Baggio, van Earthworks, Arlington, Virginia in 1983. 'Irene Doyle' herbloeit in september. Bloeiende planten zijn 40 cm hoog. De corolla is donker violet, de calyx licht groen.
Geschikte cultivars met een lichtere bloeikleur:
foto: Lavandula angustifolia 'Munstead'
‘Munstead’ Volwassen planten worden ca 45-60 cm hoog, knoppen paarsig, bloemen groot en levendig blauw. Bloeit de hele zomer door. Gevonden door Gertrud Jekyll en in 1916 geïntroduceerd door Barr. Onmiddelijk en ‘ever since’ viel de cultivar in de prijzen. Het is vrijwel zeker dat we tegenwoordig de echte 'Munstead' niet meer kennen. Er zijn minstens 2 klonen in omloop misschien wel veel meer door regelmatig uit zaad gekweekte planten. Echte ‘Munstead’ lijkt sterk op ‘Hidcote’ is zeer donker en compact, bloeiend slechts 38 cm hoog!
De zogenaamde ‘Munstead Strain’ en ‘Hidcote Strain’ worden uit zaad vermeerderd. Dit wordt soms aangegeven door (S) achter de naam. Gezaaide planten zijn goedkoper dan gestekte planten. Het gebeurt regelmatig dat gezaaide planten de plaats van de originele cultivar innemen die op die manier dreigt verloren te gaan.
‘Folgate’ (Foto) bloeiende planten zijn ca 70 cm hoog de plant groeit snel en rechtop en is daarom ook geschikt voor heggen en als snijbloem ‘Folgate’ kan herbloeien in een goede zomer. Grijsgroen blad, licht lavendelpaarse tussen bloemen (aan de steel) die ver opengaan. Engeland voor 1933, Linn Chilvers.
‘Bowles Early' Iets vroeger en redelijk doorbloeiende selectie, met dikke bloeiaren, grijs-wollig blad, Schotland 1913. Door mevr. Dunnington aan E.A. Bowles en door hem weer aan Amos Perry gegeven die de cultivar introduceerde. Schijnt in Nederland vaak te worden verkocht als 'Munstead'.
‘Middachten’ Nederlands erfgoed geïntroduceerd door Moerheim van Kasteel Middachten in Rheden voor 1923. Licht van bloemkleur, tamelijk gevoellige cultivar.
Minder bekende veelbelovende lichte angustifolia cultivars:
‘Cedar Blue’ Elegant ground hugging Blijft mooi vol, ook in de winter. De takken liggen als het ware op de grond Goede varieteit voor culinaire toepassingen, met wijdopen bloemen.
Roze bloeiende L. angustifolia:

foto: Lavandula angustifolia 'Hidcote Pink'
‘Rosea’ de bloemen zijn eerst wit en worden langzaam rose, bloeiende planten zijn ca 45cm hoog. In de winter krijgt het blad een donker-rode waas.
‘Jean Davies’, ‘Loddon Pink’ (1950 Loddon Nurseries Engeland) en ‘Rosea’ worden over het algemeen als identiek beschouwd, of het ooit verschillende cultivars zijn geweest is niet bekend, de bloemen zijn eerst wit en worden langzaam roze Bloeiende planten zijn ca 45cm hoog, in de winter krijgt het blad een rode waas.
‘Miss Katherine’ is een recente introductie, de roze bloemen zijn dieper van kleur en de knoppen zijn iets roodachtig dit is echt een verbetering. Gevonden en onder kwekersrecht beschernd door Norfolk Lavender in Engeland.
terug naar de top
Wit bloeiende cultivars van L. angustifolia:
‘Alba’ (Foto) ca 40 cm hoog in bloei. Bij deze spectaculaire introductie voor '99 roept iedereen; Dat hebben wij al jaren! Maar hier zit het addertje onder het gras waar wij ooit ook door zijn gebeten. Alles wat tot nu toe onder deze naam werd aangeboden en alle andere witte klonen (ook ‘Edelweis’) behalve ‘Nana Alba’, zijn L. x intermedia 'Alba'. De missing link, een gewone witte angustifolia kloon, was al sinds de 18e eeuw kwijt. Dankzij selektiewerk van Martin Tustin is deze er nu weer.
foto: Lavandula angustifolia 'Alba'
Alles wat in Nederland, behalve bij ons, te koop is als L. angustifolia ‘Alba’ is in feite de veel grotere Lavandula x intermedia ‘Alba’.
‘Nana Alba’ zeer compact, nauwelijks groter dan 20 cm in bloei, zelfs zeer oude planten blijven zo laag. De plant is goed winterhard, maar loopt het risiko door andere planten te worden overwoekerd. Een plaats in de rotstuin of in een pot is daarom aan te bevelen.
terug naar de top
Lavandin (hybride lavendel)
Lavandula x intermedia is meestal veel groter en grijzer dan Lavandula angustifolia. Lavandin bloeit later en over het algemeen langer en dunner door dan echte lavendel. Vroege cultivars kunnen al in juni gaan bloeien maar de meeste beginnen pas vanaf juli of later te bloeien. De bloemen zijn meestal bleekblauw, zelden donker. Lavandin zet vrijwel nooit zaad.
Lichtpaars bloeiende cultivars van Lavandula x intermedia:
‘Dutch’ De meest gangbare cultivar van voor 1923. Een forse plant die veel etherische olie produceert maar met te veel kamfer. Groot lang (tot 7 cm) en breed blad, lijkt verder sterk op ‘Grappenhall’ behalve dat het blad in de winter iets groener wordt. In Nederland soms foutief ‘Spica’ of ‘Vera’ genoemd.
‘Grappenhall’ Donkere corolla, en lichtgroen met paarse calyx. Robuste plant, wordt snel groot. Lang breed en grijs blad. Geïntroduceerd door Clibran, Altricham, Eng. rond 1902.
'Dilly Dilly' Lage cultivar uit Nieuw Zeeland , de compacte aren op lange stelen lijken op die van ‘Bogong’ maar geven een donkerdere indruk. Bloeistengel van oude planten vertakt, geur afwijkend.
‘Fragrant Memories’ Bossige bleekbloeiende plant. Ook wel bekend als ‘Grove Ferry’.
'Lullingstone Castle' Een van de mijn favorieten vanwege het fijne zeer grijze blad. Opgerichte groei, lange aren met bleekpaarse bloemen.
Lavandula x intermedia Old English Group De snelst groeiende grote grijze lavandins. Geïntroduceerd in 1950. Zeer grote planten!
'Seal' De forse groeiwijze is vergelijkbaar met de voorgaande maar iets kleiner. 'Seal' werd in 1955 geÎntroduceerd in Engeland. Sterk verhoutend dus goed snoeien! Rijkbloeiend met enorm veel stelen. De olie is minder van kwaliteit, maar de bloemen zijn goed geschikt om te drogen ze houden lang hun geur.
‘Silver Dwarf’ De naam zegt het! Zeer zilver en zeer rijkbloeiend.
Binnenkort verkijgbaar is de nog heel nieuwe bontbladige lavandin van Gert-Jan vd Burg.
Lavandula x intermedia ‘Goldburg’® het blad heeft een mooie crèmekleurige rand, de plant heeft op die manier jaarrond sierwaarde.
Donker bloeiende cultivars van Lavandula x intermedia:
'Arabian Night' Hoewel de corolla licht blauw is geeft de aar een donkere indruk omdat de calyx mee kleurt, er is wat verdeeldheid over de echtheid van deze cultivar onder de specialisten zo bleek bij bezoek aan een proefveld in Wisley.
‘Grosso’ groeit traag en blijft laag, maar maakt uiteindelijk een mooi rond heuveltje.
De belangerijkste lavendel op meer dan 2/3 van de zuidfranse productie velden. Heeft sinds de introductie door Msr. Grosso in 1972 stormachtig terrein veroverd mede door de enorme uitval onder andere rassen als gevolg van het ‘virus’ dat in een ware slachting aanrichtte. Jonge planten hebben fijn blad en groeien traag. De plant blijft laag, maar maakt uiteindelijk een mooi rond heuveltje met vertakkende bloeistelen. Rijk aan etherische olie met een zoete kamfer geur. Halfuitgebloeid oogsten voor olie. Vanwege de donkere aren jong geoogst ook geschikt als droogbloemen. Buurplanten en bodem beÎnvloeden de kwaliteit. Steeds meer wordt L. x intermedia ‘Grosso’ ten onrechte L. angustifolia ‘Grosso’ genoemd.
'Futura' Goede nieuwe compacte vorm met heel grijs blad en verkleurende bloemen van donker naar helder blauw.
'Hidcote Giant' Bossige vrij dikke bloemaren, grijs-groen blad lichte calyxdonkere corolla. GeÎntroduceerd in 1958.
‘Impress Purple’ Indrukwekkende plant met lange vertakkende bloeistengels en compacte aren met donker violette bloemen. Een van de donkerste lavandins. Ook geschikt voor droogboekketten.
Wit bloeiende cultivars van L. x intermedia:
Witte lavandin duikt onder zeker 6 verschillende cultivar namen op terwijl er slechts 2 verschillende klonen zijn volgens mijn waarnemingen. Dat zijn ‘Alba’ en ‘Edelweiß’.
foto: L. x intermedia ‘Edelweiß’
‘Alba’ ca 90 cm hoog in bloei, redelijk doorbloeiend.
Opgaand groeiende witte lavendel die veelal als L. angustifolia ‘Alba’ wordt verkocht. Blijft tot het najaar herbloeien. Elk voorjaar snoeien is nodig om te voorkomen dat de plant kaal wordt van onder. ('Large White' is vermoedelijk ‘Alba’ of andersom.)
‘Edelweiß’ (zie foto) In de helder witte bloemen is bij nadere beschouwing een vleugje blauw te vinden. De aren zijn lang en ijl van bouw. De plant blijft veel compacter dan bij andere L. x intermedia cultivars. Het is dan ook begrijpelijk dat deze cultivar vaak wordt aangezien voor een L. angustifolia.
('Hidcote White' is vermoedelijk ‘Edelweiß’ of andersom.)
terug naar de top
Lavandula x intermedia voor de productie van etherische oliën
foto: de olie zoals die bij ons te koop is
‘Grosso’ zie boven
‘Abrialii’ Is een van de minder bekende en op de velden weinig toegepaste olie rassen. Vrij vroeg bloeiend.
‘Special’ Late bloeier met grote bloemen, grijsbladig en snelgroeiend. Een van de minder bekende olie rassen.
‘Sumianii’ Weinig geteeld olie-productie ras met bepaalde speciaal specifieke authentieke (vergeten op te schrijven welke) eigenschappen voor parfum. Compacte rechte groeiwijze met grijs-groen blad. Een vroeg bloeiende lavandin.
Lavandula lanata
Een minder bekende wilde lavendel is Lavandula lanata, lanate is latijn voor wol, we kunnen dus spreken van wollige lavendel. Het blad is zeer grijs, de bloemen zijn heel donker paars. Een prachtige plant maar bij ons helaas niet betrouwbaar winterhard. Kruisingen met L. angustifolia zijn dat gelukkig wel:
'Richard Gray’ heeft bijna zo donkere bloemen en bijna zo grijs blad als L. Lanata., in bloei ca 45 cm hoog
‘Sawyers’ Mijn favoriete kruising van L. angustifolia met lanata. Stevige plant met grote bloemsteel en donkere bloemen. De aren zijn taps toelopend, dus dik van onder en spits van boven en zitten op lange ranke stelen.
terug naar de top
Lavandula stoechas cultivars en hybrides
Wij zijn erg gecharmeerd van de kuiflavendels. De bloemen zelf zijn hierbij wat van minder betekenis omdat de vlaggetjes op de aren meer en langer indruk maken. Ze hebben de reputatie matig winterhard te zijn. Die reputatie is versterkt door twee strenge winters achterelkaar. De jaren daarvoor hebben wij nauwelijks planten verloren.
Lavandula stoechas
Deze wilde en variable vorm is makkelijk te herkennen aan de korte bloemstengel, korter dan de aar, en de korte vlaggetjes. De totaal indruk van bloemen en vlag is meestal heel donker. De soort is heerlijk van geur en redelijk vochttolerant maar kan problemen hebben bij langdurige strenge vorst.
Lavandula stoechas hoort thuis is zure vegetaties, L. angustifolia en latifolia zijn juist kalkminnend. Door onze neutrale grond kunnen wij veel meer soorten lavendel houden dan in de gemiddelde Zuid-Franse tuin mogelijk zou zijn. Wij bezochten twee collecties in Frankrijk, die de grootste moeite hadden stoechas in leven te houden op de kalkrijke grond. De verschillen tussen kalkgrond en zure grond zijn daar veel extremer dan hier. De natuurlijke vegetaties op kalk en op zure grond zijn totaal verschillend. Zure grond in Zuid Frankrijk komt o.a. in de buurt van Hyères en bij Nice voor. Daarom heet L. stoechas ook wel Lavande d’Hyères. De vegetatie waar L. stoechas in thuis hoort is kalkmijdend en bevat vaak Myrtus communis en Cistus soorten. De reden waarom echte lavendel weinig aan de kust voorkomt is onder andere de overwegend zure grond. Uitzondering op deze tweesplitsing vormt de bij ons wellicht bekendste L. stoechas ssp. pedunculata (ook wel ‘Papillion’ genoemd) en de hybrides met L. viridis. Deze zijn redelijk kalk tolerant.
foto: Lavandula stoechas ssp. pedunculata
Van L. stoechas ssp. pedunculata kennen we in Nederland :
‘Papillion’ (Foto) de bracteolen zijn licht rose en lang, aren staan op lange stelen, ca 70 cm
‘Willow Vale’ bloemen en de bracteolen zijn iets donkerder en groter, ca 75 cm
foto: Lavandula stoechas ssp. stoechas f. leucantha
Lavandula stoechas ssp. stoechas f. leucantha is een volledig witte vorm.
Lavandula stoechas ssp. stoechas f. leucantha ‘Snowman’ Wijkt voorzover we nu kunnen beoordelen niet of nauwelijks af van de wildvorm. Goed winterhard en kennelijk ook kalktolerant.
foto: Lavandula viridis
Lavandula viridis lijkt vanwege de vlaggetjes op stoechas en wordt misschien daarom vaak verkocht als L. stoechas ‘Alba’. De bovenstaande komt hier veel eerder voor in aanmerking maar is weinig bekend. De soort heeft lichtgroen zacht behaard blad en groene aren met groene bracteolen. Ze ruikt licht naar citroen vandaar dat deze wel citroenlavendel wordt genoemd. Op een beschutte plek overleeft ze 4 van 5 winters, hoogte ca 75 cm
terug naar de top
Hybrides uit Nieuw Zeeland en Australië
(waar lavendel van nature niet voorkomt) van L. stoechas met L. viridis, zijn:
foto: Lavandula 'Helmsdale'
‘Helmsdale’ robuuste en indrukwekkende plant met donker wijnrode, bijna bruine bloemen en bracteolen, bloeiend ca 80 cm hoog. Het blad is zacht grijsgroen en licht behaard. Sterk aromatisch grijsgroen blad. Dead headen (uitgebloeide bloemen eruit) zorgt voor voortdurende bloei. Ook geschikt om als kuipplant te houden.
‘Marshwood’ De bloemen van deze hebben een vervreemdende, een beetje sprookjesachtige oud-roze kleur. Heel mooi en apart! Forse groeier met grijsgroen blad. Kieskeurige plant. Geschikt als kuipplant. Uitgebloeide bloemen eruit knippen stimuleerd de herbloei sterk.
Minder bekend maar interssant in deze (voorlopig schaars):
Lavandula (stoechas x viridis) 'St. Brelade' Vreemde combinatie van helder bleekgroen-paarse bloemen met geaderde roze vlaggen erboven. Introductie uit ‘95 van Jersey Lavenders.
'Avenue Bellevue' Mogelijk een hybride van L. viridis met L. s. pedunculata bloed. Grote vlaggen in fel paars, licht behaard blad.
Lavandula stoechas (x viridis ?) 'Summerset Mist' Een zacht wijnrode.
Lavandula stoechas (x viridis ?) 'Wine Red' Veelbelovende splinternieuwe cultivar, Bèta versie voor de ß testers!
Lavandula stoechas x viridis 'Fathead' Introductie van de engelse nationale collectie houder en lavendelkweker Simon Charlesworth uit ‘97 (Downderry Nursery). Donker pruimpaarse dikke bloemaren.
Tandlavendel
Lavandula dentata, tandlavendel heet in Frankrijk ook wel Lavande des Quatre Saisons vanwege de lange bloei hoewel bij ons niet winterhard is ze daarom toch geschikt als kuipplant Het blad heeft een gekartelde rand, de helder blauwe bloemen hebben kleine bracteolen (vlaggetjes als bij stoechas). Lavandula dentata is meer en anders geparfumeerd dan 'gewone lavendel'.
‘Royal Crown’ is de meest geziene
'Silver Queen' Iets langgerekter blad en bloemaren dan de soort met een zachte grijze waas. Dit schijnt een oudere maar onbekende cultivar te zijn. De verschillen met bovenstaande en de wildvorm zijn klein.
‘Silver Form’ is een vorm van de prachtige ondersoort L. dentata var. candicans, een meer gedrongen plant met zeer grijs blad en bloeiaren. L. dentata var. candicans is met grijs wollig behaard blad en dikke bloemaren duidelijk anders en mijn favoriete dentata. Heeft ook een iets betere geur dan L. dentata. Mogelijk beter vorstbestendig maar zeker niet volledig winterhard.
'Linda Ligon' Was enkele jaren gelden de eerste bontbladige lavendel! (Inmiddels zijn er bonte vormen van vrijwel elke lavendel soort) Leuk als kuipplant in een pot. De crèmekleurige vlekjes zijn onregelmatig verdeeld over het blad.
terug naar de top
Het allardii complex
De kruisingingen van L. dentata met L. latifolia werden voor het eerst in 1802 in Italie opgemerkt. Wanneer je de beide ouders ziet is de uitkomst logisch Lavandula x allardii is een optelsom van L. latifolia en L. dentata.
Lavandula x allardii is snelgroeiend tot 150 cm hoog. Het grote blad is grijs, driehoekig, getand en zeer aromatisch met een vleugje eucalyptus. Manuel onze zoon van 4 legt regelmatig een twijgje op ons hoofdkussen. De bloeiaren zijn zeer lang, tot 20 cm, de hemelsblauwe bloemetjes zijn klein. Wij hebben een mobiele heg van 2 meter die uit 5 planten in grote potten bestaat. Ze verdragen tot ongeveer -7oC.
'African Pride' Er zijn verschillende klonen van Lavandula x allardii in omloop die niet erg verschillend zijn en ook niet afzonderlijk benaamd zijn. Ze worden aangeduid als kloon A, B en C. 'African Pride' is de enige die echt afwijkt met iets compactere en duidelijk meer opgaande. Het blad is minder getand dan dat van de andere klonen.
Lavandula x heterophylla 'Devantville Cuche' Lavandula x heterophylla is de kruising van L. angustifolia met L. dentata. Lijkt op allardii maar minder hard groeiend en fijner van bouw. Het zoet geurend grijs blad is alleen aan de basis een beetje getand. Lange bloeistengels met hemelsblauwe bloemetjes over een lange periode. Beter winterhard dan de rest van de dentata kruisingen. Heeft probleemloos tot -15oC verdragen de eerste winter dat deze bij ons in de volle grond stond. Afkomstig uit Frankrijk van P. Cuche.
Lavandula lanata x dentata 'Goodwin Creek Grey' Is een van de mooiste introducties van '99 voor het terras. Lijkt op L. x allardii maar veel grijzer, korter en bloeit makkelijker. Heerlijk van geur, zacht en sierlijk gekarteld volledig grijs blad. Een email van een Amerikaanse die de sneeuw er af had geklopt waar de plant na -8oC helemaal gaaf onderuit kwam geeft aan dat 'Goodwin Creek Grey' best wat kan hebben. Introductie van Jim en Dotti Becker die in Oregon een kwekerij hebben: Goodwin Creek Gardens.
terug naar de top
foto: Lavandula pinnata op Lanzarote
De lavendels van de Canarische eilanden en Afrika
Het lavendel verhaal neemt een andere wending als we de middelandse zee oversteken naar Africa. Europa kent 5 soorten. Alleen in Marocco komen al 8 soorten voorverder zijn er veel soorten die alleen voorkomen op de Canarische eilanden. Afrikaanse lavandels allemaal diep getand blad, wat de planten tot een soort aromatische varens maakt. De soorten rijkdom in Africa is overigens meer botanisch interessant dan voor de sierteelt. Geen enkele soort is bij ons winterhard maar een klein aantal is zo mooi dat het houden als kuipplant de moeite waard is. Nog een aantal kan als eenjarige elk voorjaar uit zaad worden opgekweekt Dat laatste beveel ik alleen aan als de soort snel bloeit en makkelijk zaad zet.
Lavandula canariensis heeft een sterke citroengeur, de elegante bloemen kunnen vrijwel jaarrond verschijnen.
Lavandula pinnata heeft lange bloeistelen die ver boven het grijze blad uitsteken. Wat in Nederland in omloop is onder deze naam is bijna altijd de volgende.
Lavandula x christiania (pinnata x canariensis) is een kruising die het beste van de twee in zich verenigd. Het blad is grijs filigrain, de donker-paarse bloemen zijn er de hele zomer en najaar en steken op lange stelen ver boven het blad uit.
foto: Lavandula multifida
Lavandula multifida wordt vanwege de geur ook wel bonenkruidlavendel genoemd. L. multifida is geschikt voor teelt als eenjarige vanwege de snelle groei en eindeloze bloei.
Lavandula aristibracteata Een kleine afrikaanse lavendel met geveerd lichtgroen blad dat naar citroen ruikt.
Lavandula buchii Is een soort van de Canarische eilanden met sterk geveerd en heel smal, bijna naaldvormig blad midden-blauwe bloemen. Weinig geurend. De bloemen zitten duidelijk spiraalvormig in de aar.
Lavandula pubescens Een heel fijn wildvormpje uit Africa, zelden te koop, wel te zien.
foto: Lavandula pubescens
Lavandula subnuda Heel fijn geveerd blad en licht blauwe bloemetjes, maximaal 30 cm hoog. echt een verzamelaars plantje dat als eenjarige kan worden gekweekt, niet winterhard.
Lavandula mairei x multifida Maroccaanse wilde hybride. De schaapherders aan de voet van het Atlas gebergte gebruiken Lavandula mairei om hun muntthee op smaak te brengen. U kunt de wildvormen en hun kruisingen bij ons komen zien en zo een begrip beeld vormen van wat lavendel botanisch gezien is. Ze zijn niet altijd op voorraad voor verkoop.
Azië
In India komen slechts twee soorten voor, een daarvan is Lavandula bipinnata de ander Lavandula atriplicifolia bloeit geel.

Lavendel liefhebbers vinden waarschijnlijk baat bij; The Lavender Bag, een eenvoudig uitgevoerd blaadje alleen over lavendels. Het bevat de meest aktuele informatie over alle vormen van lavendel. Een abonnement kostte tot voor kort £4,00 per jaar voor twee nummers. Aanmelden bij Joan Head, 6 Church Gate, Clipston-on-the-Wolds, Keyworth, Nottingham NG12 5PA, UK
De Nederlandse Plantencollectie Lavendel is te bezoeken van maart tot december di. t/m za. 10.00-17.00 uur
bij Kwekerij Bastin, Nieuwenhuysstraat 29, 6336 XV Aalbeek, telefoon: 045-5231475
Tekst: Roger Bastin
Foto’s: Linda Bastin & Joan Head

|